maandag 23 juni 2008

Epiloog

Op een ochtend worden we wakker, wrijven het Mexicaanse zand uit onze ogen - teken van een deugddoende nachtrust - en vragen ons slaapdronken af waar we nu weer beland zijn. Wie veel reist, herkent het gevoel. De geur van verse koffie verrast ons, als een jeugdvriend die plots aanbelt, als Frank Deboosere mét snor. Beelden van een stilstaand vliegtuig, schreeuwende agenten en wegwerpbestek doorbreken de lichte trance die het koffie-aroma opwekt. En dan, na een korte periode van ontkenning - seconden, maar het lijken uren - het besef: we zijn terug in België!

We recapituleren, wat is er gisteren allemaal gebeurd? We herinneren ons eerst de gluiperige kop van een Amerikaanse douaneagent, die ons met zichtbaar genoegen dwingt om al onze Cubaanse sigaren eigenhandig te vernietigen. Het gevoel van onmacht loopt rillend over ons lijf. Het volgende beeld: Toon die ons staat op te wachten aan de luchthaven en naar het huis De Meester loodst. Het gezicht van mama Myriam is goud waard. Dan met Caroline naar huize Smits: het hart van mama Thérèse hapt naar adem. Ons plan is duidelijk geslaagd, niemand had in de mot dat we die dag zouden terugkomen. Dan nog - vaag - een beeld van champagne, wijn, lege duvelflesjes...

We hadden ons in onze vorige blog voorgenomen lui te zijn, de toerist uit te hangen. We stellen vast dat we ons aan ons woord gehouden hebben. Surfoord Playa Escondido, pre-mayasite Monte Alban en land-in-een-land Mexico D.F., veel meer hebben we niet gezien. Normale mensen doen daar 5 dagen over, wij bijna 3 weken. En nóg het gevoel dat we ons gehaast hebben! Zijn we wel voorbereid op België?

Dat laatste valt goed mee. We denken er wel over t-shirts te maken met het antwoord op de meest gestelde vragen: Welk land vond je nu het allermooiste? (Bolivia) Waar zou je het liefste gebleven zijn? (Zuleta, in Ecuador) Heb je geen spijt terug in België te zijn? (voorlopig niet, maar 't is toch wennen)...

Ooit schreven we dat toerisme de beste ontwikkelingshulp is, gevolgd door de bedenking wat Latijns-Amerika met onze ontwikkeling van plan zou zijn. Bij nader inzien was dat een foute vraag, dit continent was helemaal niks van plan. Het was zichzelf, de hele tijd: soms ruig en stinkend, dan weer een paradijs op aarde. Soms een werk van Buysse, een paar keer Kafka, veel vaker Riviera: een levensgroot schilderij waar je niet op uitgekeken raakt. Het continent hééft ons veranderd, dat kan bijna niet anders. Maar hoe? Een paar oogkleppen die onderweg zijn afgevallen, misschien. Enkele gewoontes afgeleerd en er evenveel aangekweekt... En herinneringen bijgekregen, veel mooie herinneringen...

"Hoy es hoy, y ayer se fue" zei Pablo Neruda ooit. Geloven we niks van.

zaterdag 31 mei 2008

tussen hemel en hel

8 uur 's ochtends, Sololá, Guatemala. We bevinden ons in een overvolle bus richting Quetzaltenango wanneer plots uit het niets een man in kaki opdaagt, machete in de rechterhand, blik op oneindig. Luttele seconden later zien we zijn collega's-militairen systematisch - haast routineus - om zich heen hakken. Niets blijft overeind...

Het verwondert ons dat een land als dit, na 36 jaar burgeroorlog, zijn militairen tegenwoordig betaalt om met de machete het gras aan de straatkant af te doen. Het was ooit anders. Acht jaar geleden werd op deze plek nog een man door de politie in het hoofd geschoten vanwege zijn deelname aan een vreedzame betoging.

Guatemala is virtueel onbesproken in de Westerse media, maar dat maakt haar recente geschiedenis er niet minder gruwelijk om. Ooit in de wurggreep van bananenreus United Fruit (nu Chiquita), is het land nu speelterrein van de narco's, drugstraficanten. De hoofdstad wordt net als in andere Centraal-Amerikaanse landen geteisterd door zogeheten mara's, uiterst gewelddadige jongerenbendes. Maar ook onder de gevestigde elite wordt het moorden niet geschuwd. Een van de gevaarlijkste beroepen hier: professor aan de faculteit agronomie.

Dit 'pijnlijk mooie land', in de woorden van George Lovell, draagt zware littekens van het bloedige conflict tussen heersende klasse en guerilla, een conflict waar de VS (en haar panische angst voor al wat links was) een vuile rol in heeft gespeeld. Elke volwassene die we hier gesproken hebben, kan ons verhalen vertellen waar het nekhaar van overeind komt. We vonden het dan ook onze opdracht om niet enkel van het natuurschoon te genieten - wat we uiteraard ook gedaan hebben - maar ons opnieuw in het alledaagse leven te verdiepen van ons gastland.

Ons plan, om Nobelprijswinnares voor de Vrede Rigoberta Menchú te interviewen, is helaas mislukt. In plaats daarvan bezochten we in Xela, 'stad omsingeld door 10 bergen', een vrouwengevangenis en ervaarden daar hoe juridische inertie een feitelijke marteling kan zijn. Een vrouw uit San Pedro zat al vier jaar en evenveel maanden in de cel voor 'marihuana' - wat dat ook moge betekenen. Over 8 maand zou ze vrijkomen, zonder ooit een proces gehad te hebben. Daarnaast bezochten we in San Rafael, aan de grens met Mexico, een soort special olympics voor gehandicapte kinderen, georganiseerd door Stefanie, een Belgische kinesiste die daar vrijwilligerswerk doet. Het was heel mooi, haast ontroerend, om te zien hoe zij zich inzet voor haar project, met een onuitputtelijke energie en enthousiasme. Van een bezoek aan Afopadi leerden we over de uitdagingen van het leven in arme mayadorpen en hoe lokale organisaties de levenskwaliteit soms met eenvoudige maatregelen sterk kunnen verbeteren.

De werkelijkheid moet je niet alleen zíen, je moet haar ook voelen, ruiken, smaken. Dat werd erg duidelijk bij ons verblijf in finca La Florida, nabij Colomba. La Florida is een gemeenschap van kleine koffieboeren die na twee jaar bezetting eigenaar is geworden van een verlaten koffieplantage en deze nu collectief bewerkt. Werken op het veld in de tropische hitte was, althans voor deze Belgische doetjes, geen sinecure. We kregen elk een gastgezin toegewezen en konden zo uit eerste hand ondervinden hoe zwaar de armoede kan wegen. Toch bleek bij elk gesprek de wil om vooruit te gaan en het geloof in de toekomst.

Onze meest bizarre ervaring was ongetwijfeld een gesprek met een evangelische predikant. Zijn betoog begon met drie redenen waarom de evangelische kerk de énige goeie is en al het andere geloof (waaronder dus ook de eeuwenoude mayatradities) pure hekserij. "Aan rede doen we hier niet" vertelde hij voorts. "De Bijbel is de enige ware wetenschap". Onze vraag wat hun rol was in de samenleving werd twijfelachtig beantwoord. "Euh, als je bedoelt of we in het verleden tot politieke ongehoorzaamheid hebben opgeroepen, dan zeg ik duidelijk nee. Integendeel zelfs." Het is inderdaad geen geheim aan welke kant van het conflict de protestantse kerk zich destijds bevond. Onze gelaatsuitdrukking sprak wellicht boekdelen, de man herpakte zich. Hun rol in de samenleving, zei hij, was onder andere de genezing van allerhande ziekten, van depressie tot aids. Door duiveluitdrijvingen weliswaar. We werden prompt een video voorgeschoteld van dergelijke taferelen - op zich genoeg om zelf ziek van te worden. Mensen die bij wat leek op een epilepsie-aanval werden vastgebonden, olie moesten drinken 'om de duivel uit te braken'... en meneer pastoor maar brullen. Een beetje verontrustend vast te stellen dat dit de grootste kerk van de Amerika's aan het worden is.

Nu geven we onze lezers het idee alsof we enkel serieuze dingen hebben gedaan. Haha! Natuurlijk niet. We konden niet in Guatemala zijn zonder te genieten aan het wereldbekende meer van Atitlan. Een prachtig meer omgeven door vulkanen, heerlijk om in te zwemmen. Santiago de Atitlan, een van de meest authentieke dorpjes in de omgeving, bracht ons een aparte ervaring. We ontmoetten er Maximon, een houten pop die het dorp beschermt tegen saters en heksen. Eens per jaar vecht hij tijdens een groot feest tegen Jesus. (Het is ons nooit duidelijk verteld wie wint.) De rest van de tijd brengt hij door in het huis van een particulier, waar een 'priester' zich ritueel zit te bezatten en dorpelingen met sigaretten en andere 'offers' hun geluk komen afkopen. Véél onschuldiger dan die dekselse evangelisten, als je het ons vraagt!

Verder hebben we ook een tijdje verbleven in Antigua, aka Gringotenango, waar een van ons een parasiet moest uit- euh - zweten. Dat verdraaide beestje heeft ons gelukkig niet gestopt om de wel erg actieve vulkaan Pacaya te beklimmen en daar tot op een paar meter van de dikke, gloeiende lavabrij te komen. Zo'n vulkaan heeft iets mysterisch. Het begint als een gewone berg, hier en daar wat bomen, een mooi vergezicht. Dan wordt alles erg ruw - en vooral vlijmscherp: de gestolde lava snijdt bijna door onze schoenzolen. Stilaan wordt de lucht warmer, alsof iemand een saunadeur heeft opengezet. Gezellig! Tot plots - ¡KRAK! - de bodem onder je voeten wegbreekt en je voet boven een rode gloed hangt te bungelen. Snel voortstappend kom je uiteindelijk tot wat de échte hel van Guatemala lijkt: een grote bende luidruchtige Amerikanen die er alles aan doen om de aandacht naar zích te trekken in plaats van naar het prachtige tafereel van de gulpende, onstopbare lavastroom.

Ja, gringo's... We zijn al zo lang op reis dat we af en toe vergeten zelf ook toerist te zijn. Maar niet voor lang meer. De komende weken gaan we heel plat alle toeristische plekken van Mexico afschuimen, zonder gène, zonder ambitie om het land te doorgronden, de wereld te verbeteren... We mogen, voor we terug in België zijn, toch ook eventjes ontspannen, nietwaar.

donderdag 1 mei 2008

Link, linker, links

"Cuba is een mooi land, maar je mag niet met de bevolking spreken!" Met die waarschuwing werden we onthaald in Havana Centro, het verkrotte woongedeelte van wat ooit de parel van de Caraïben werd genoemd. En het klopte ergens wel, onze eerste ontmoeting met een paar lokale jongeren heeft ons letterlijk geld gekost. En iedereen die ons aansprak of waarnaar we even durfden kijken, wilde ons valse Cohiba sigaren verkopen, of koffie, of wilde met ons op de foto voor een dollar. De bediening in restaurants is onvriendelijk, men werkt overal tegen zijn zin of heeft het werken al helemaal opgegeven.

En waarom ook niet? Hoe langer we daar waren, hoe meer begrip we konden opbrengen voor de mentaliteit onder de bevolking. De staat betaalt 12 dollar per maand, voor 9 uur daaglijks hard labeur op het tabaksveld of in de suikerrietplantage, in de blakende zon. Wie wil daarvoor werken? Men krijgt jaarlijks een rantsoenboekje voor rijst, melk, azijn, wc-papier... als was het oorlog. Wie iets anders wil, moet zich vaak tot de zwarte markt richten (als men er het geld voor heeft), verkoopt zijn rantsoenproducten voor een paar pesos. Men heeft geen toekomstbeeld. Wat ben je met wereldwijd het grootste percentage universitair geschoolden als je hen de kansen ontneemt hun dromen na te streven?

Cuba is een mooi land, met veel potentieel. De klimatologische omstandigheden zijn gunstig voor de landbouw, de ligging is erg strategisch, de bevolking hoog geschoold. Decennialang handelsembargo en getreiter van de VS heeft dit land echter kapotgekregen. Naast de evidente economische gevolgen heeft het Amerikaanse beleid een hemeltergende paranoia aangewakkerd bij Fidel Castro waarvan 'zijn' bevolking de gevolgen nu moet dragen. Geen vrije pers (behalve het communistische propagandablad Granma eigenlijk zelfs geen pers tout court), geen vrije meningsuiting. Sinds januari 2008 zijn er 22 politieke arrestaties geweest. Zopas werd een groepje vrouwen opgepakt omdat ze het aandurfden protest uit te brengen. De Granma van die dag blokletterde triomfalistisch dat dit 'door de VS georganiseerde verraad' gelukkig op tijd gefnuikt was.

Er bestaat geen vrij verenigingsleven, al zeker geen onafhankelijke vakbond. Of toch? Verschillende organisaties en landen (waaronder België) helpen Cubanen direct of indirect om clandestiene organisaties op te zetten. Buitenlandse ambassades dienen soms als doorgeefluik of internetcafé voor journalisten. Het bloggen blijkt een uitlaatklep te zijn voor meer en meer inwoners die de staatscensuur willen ontlopen. Kijk zeker eens naar deze. Men wíl hier wel vooruit, en wie zich veilig voelt (geen buren die meeluisteren?) spreekt in omfloerste taal de hoop uit dat het met Raúl Castro of zijn opvolger beter zal zijn dan onder Fidel.

We trokken van Havana naar Trinidad, een mooi en kleurrijk stadje waar de tijd door de ziedende hitte wat trager is gaan lopen. Eerst even de voeten natgemaakt in de Varkensbaai. Kreeftje gegeten in Cienfuegos... Een fiets huren in Trinidad bleek onmogelijk: alle huurfietsen waren kapot! Eigendom van de staat, dus niemand die moeite doet om ze te repareren. Vervolgens op een bus gezeten (tourists only) naar Santiago de Cuba waar de son is ontstaan, voorloper van zwoele ritmes als salsa, mambo en cha-cha-cha. "Er is geen enkel goed restaurant in Santiago" weet de eigenaar van onze casa particular, waar we de nacht doorbrengen. Er is geen concurrentie, dus niemand doet moeite om de middenmoot te overstijgen. De man had gelijk, konden we ondervinden. Dan opnieuw de bus op, richting Viñales.

Ha, dát bedoelen ze met 'prachtige natuur'! Viñales is een paradijs, dat ons met enige heimwee doet terugdenken aan het gebergte van Zuleta (maar dan 20 graden warmer). Een wandeling langs de tabaksvelden, blote voeten in de rode aarde, doet wonderen voor je gemoed. Geen wereldprobleem dat ons nog bezighield. Fidel wie?

Terug in Havana besluipt ons opnieuw de druk van vadertje Staat. We komen een koppel tegen, toeristen weliswaar, dat nog voor de VN had gewerkt en nu ex-gedetineerden bezocht, destijds voor 20 tot 25 jaar vastgezet wegens een te grote mond. Een volledig jaar in isolatie is hier kennelijk geen uitzondering, en genoeg om zelfs de sterkste geest te breken. Nu leven ze als paria's in krotten, zonder het recht een baan te mogen uitoefenen, zonder het land te mogen ontvluchten. Pesterijen allerhande. Een pijnlijk contrast met zij die door de Partij gesteund worden: breedbeeld-tv, gsm, een pracht van een huis... Waarop was het communisme alweer gebaseerd?

dinsdag 8 april 2008

Seks op Galápagos (en andere verhalen)

Waar waren we gebleven? Ha ja, onze molen. En onze honden natuurlijk. De laatste dagen van ons verblijf in Zuleta hebben we die perros bravos ingewisseld voor twee jeunes loups, Peter en Bruno, die ons vanuit België een drietal weken kwamen bezoeken. Langer was niet nodig om hen een volledig vertekend beeld van dit continent te geven. Zo werden ze, dankzij ons uitstekend vrijwilligerswerk (waarom bescheiden blijven?), rotverwend in de hacienda Zuleta. Gratis paardrijden, gratis eten... om over het immer sympathieke gezelschap nog maar te zwijgen.

Maar we gunnen het hen, uiteraard. Beide heren waren immers dringend aan een vakantie toe (wie niet, in België?) en kwamen bij ons, specialisten terzake, aankloppen voor een stevige dosis heilzame rust. Ze hadden niet verwacht dat ze vanaf dag twee al mochten meewerken in onze bibliotheek (als assistent-jurylid resp. fotograaf van een quiz). Ze hadden evenmin verwacht dat ze nadien te paard een kudde lokaal kleinvee zouden opjagen, nog wat onwennig in de galop maar geen schaap dat dat is opgevallen.

Na enkele dagen platte rust op het 2.000 hectare grote domein van onze hacienda, namen we samen het vliegtuig naar de volgende lekkernij op ons menu: de Galápagoseilanden. De M/V Santa Cruz, op het eerste gezicht een afzichtelijke olietanker maar bij nader inzien een pracht van een cruiseschip, bracht ons in 4 dagen naar de verschillende eilanden van deze wereldberoemde archipel. Hoogtepunten waren zonder enige twijfel de snorkelpartijen tussen haaien, roggen en zeeleeuwen en het achternazwemmen van de onverstoorbare, fantoomachtige reuzenschildpaden.

De eilanden zelf waren ruw en onherbergzaam, bevolkt door voorhistorische leguanen die qua uiterlijk in niets meer verschillen van de lavasteen waarop ze al eeuwen slapen, foerageren en defaeceren. Evolutie op zijn best. We zagen er Lonesome George, een Pinta reuzeschildpad die enig in zijn soort en daarenboven onvruchtbaar is... het lot kan wreed zijn. Wat een verschil met de andere mannelijke reuzenschildpaden, die jaarlijks de kusten van Galápagos afschuimen en al het vrouwelijk schoon dat ze tegenkomen met geweld bevruchten, soms met 4 mannetjes tegelijk. Wat maakt dat de vrouwtjes niet meer naar boven kunnen komen om lucht te happen en zo, in plaats van le petit mort te beleven, definitief en letterlijk ten onder gaan aan de 1 ton zware mannelijke geslachtsdrift.

De leguaan is in ethiek niet veel hoogstaander: ook bij hen is verkrachting de normale vorm van 'liefde bedrijven' en de vrouwen moorden elkaar uit om het nest van een ander te kunnen inpalmen. Een Disney tekenfilm over de galápagosdieren zou zelfs in de meest ruimdenkende landen een 18+ rating meekrijgen. Gelukkig waren er nog de talrijke zeeleeuwen, die met hun guitige kop en grote ogen zelfs de grootste dierenhater vertederen. [Alhoewel, aan boord hoorden we van twee Noorse meisjes hoe een landgenote van hen onlangs verkracht en in het heetst van de strijd vermoord werd door een bronstige zeeleeuw. We durven niet denken wat ze van haar epitaaf gemaakt hebben.]

De natuur is wreed op Galápagos. Medogenloos. Wij trokken het ons niet aan en bleven nog een paar dagen langer, surfen overdag en 's avonds het meest copieuze diner verorberen sinds ons vertrek in september.

De dagen na ons bezoek aan Galápagos brachten Peter en Bruno door in het volslagen waardeloze toeristendorpje Baños. Wij waagden ons intussen aan een link avontuur dat een einde moest brengen aan ons intussen 2 maanden lange illegale verblijf hier in Ecuador. Omdat ons paspoort gestolen was in Peru zijn we in februari zomaar de grens overgestoken, zonder een ingangsstempel in Ecuador te vragen. Daardoor riskeerden we hier een boete tot 2.000 dollar. Nu wilden we opnieuw de grens met Peru heimelijk oversteken om dan via de legale weg terug naar Ecuador te gaan. Op weg naar de grens deed een militaire patrouille onze bus stoppen: paspoortcontrole! Ons hart sloeg een tel over wanneer de militairen ontdekten dat twee van onze medepassagiers (Peruanen) geen ingangsstempel hadden en hen voor verhoor van de bus haalden. Gelukkig hadden ze daarmee zoveel tijd verspild dat ze de rest van de bus (ons dus ook!) ongecontroleerd lieten doorrijden. SLIK! Eens aan de grens doken er nog een paar onvoorziene problemen op die we gelukkig hebben kunnen oplossen door een absoluut onomkoopbare grenswachter voor 100 dollar zijn principes overboord te laten gooien.

Vervolgens zijn we Bruno en Peter achterna gereisd, die hun tijd hadden besteed aan lekker eten en drinken en in de sauna zitten, en hebben we nog 2 dagen samen lekker gegeten, gedronken en in de sauna gezeten. En tijdens een ochtendwandeling de vulkaan Tungurahua horen bulderen en dikke, zwarte wolken zien uitbraken.

Waren Peter en Bruno tevreden over hun reis? We hopen het alleszins. Voor ons was het alleszins de meest decadente (in de goeie zin van het woord) periode van ons verblijf in Latijns-Amerika. En valt er echt niks negatiefs te zeggen over deze 3 weken? Toch wel. Het heeft een halve dag geregend in Baños, nét toen we fietsen gehuurd hadden. En Bruno is zijn schoenen hier vergeten.

donderdag 6 maart 2008

Van Assepoester tot Molenaar

Beste lezers. Excuses voor de lange radiostilte, maar dit was niet zonder reden. Na een vermoeiende periode van discussie en onderhandelingen, geeft de auteur van deze blog voor één keer zijn pen uit handen, zij het niet zonder een streng toekijkend oog op de correcte weergave van de feiten.

Een teletijdmachine was wellicht sneller geweest, maar het was een 65 uur durende busrit die twee ietwat gehavende daklozen terugbracht naar de jaren 1580. Ten huize Guachalá, in het noorden van Ecuador, kregen we een warme canelazo aangeboden met versgebakken empanadas en besloten daar een tijdje te blijven werken – ook al piepten de deuren en kraakten de muren er zo luid, alsof de inwoners van vijf eeuwen geleden ons iets probeerden vertellen.

Maar wat eerst leek op een prinsenbestaan, bleek al snel een verblijf van hard labeur te worden. De Meester moest zich voor een keer tevreden stellen als dienstjongen en hakte het hout, joeg de paarden op en kortte de bananenbomen met de machete tot de zweetdruppels over zijn voorhoofd stroomden. Zoals het naar laat-Middeleeuwse maatstaven behoort, ruilde ikzelf mijn nieuwste jeans in voor een schort met vlekken op grootmoeders wijze. (Toch moet gezegd worden dat vrouwen zelfs in tijden van vijflagige hoepelrokken en strakke corsetten best geëmacipeerd kunnen zijn, wanneer ze ’s avonds de mannelijke wederhelften uitdagen aan de biljarttafel.)

Na tien dagen had de knecht zich omgedoopt tot een ware Assepoester, die beter het roet uit de haard kuiste dan wie ook en bakte de keukenhulp de lekkerste broodjes ter wereld. Al gauw kwam dit ter ore van de familie Plaza Lasso die ons uitermate dringend verzocht onze talenten aan te bieden aan het Hof. Zo komt het dat nu twee sans-papiers (lang verhaal...) verzeild zijn op presidentiële bodem en werken voor de stichting Galo Plaza Lasso. Eén van onze taken hier is om de lokale bibliotheek - opgericht door de stichting - dichter bij het dorp te brengen, wat maakt dat we iedere dag gewapend met brood en stokken 'dappere' honden trotseren om allereerst zelf dichter bij de mensen te geraken. De voormiddagen spendeert Bert liever met het maken van een tweede huis voor de condors, die in Ecuador met uitsterven bedreigd zijn - zelfs al zijn deze gigantische beesten een veel langer leven beschoren dan dat van de gemiddelde Ecuadoriaan.

’s Avonds genieten we in onze 17de eeuwse watermolen, die ergens weggemoffeld ligt tussen de Andische bergen, van een douche met dezelfde temperatuur als die van de waterval in onze tuin en een straalkracht die amper een vogelplasje overtreft. Onze woonst wordt beschermd tegen mogelijks verloren gelopen dieven door twee honden die ons na een stevig avondmaal van overschotjes prompt als nieuwe baasjes beschouwen.

Kortom, deze plek doet je in sprookjesland wanen en dat geldt niet in het minst voor onze eigenste Sylvester. We blijven hier dus nog een tijdje, tot aan het bezoek van onze twee bevriende Belgen, waar we ons al erg op verheugen. En wie weet, als we heel hard werken, worden we volgende keer wel uitgenodigd door Hugo Chavez, de Keizer van het nieuwe verenigde Latijns-Amerika.

vrijdag 8 februari 2008

Het ruikt hier naar Inca

Carnaval! Geen idee waar het vandaan komt eerlijk gezegd, maar in Latijns-Amerika kan je er moeilijk omheen. Van de jolige optredens tijdens conmadres in de Boliviaanse wijnstreek Tarija tot de emmers water en kleverige spray die we over ons heen kregen in Cusco, Peru: we kwamen, zagen en ondergingen.

Bolivia? Peru?! Inderdaad, zoals gezegd zijn we in sneltempo terug naar het échte Latijns-Amerika gegaan. Ons vooropgesteld doel, in één week tot in Colombia geraken, hebben we na een paar dagen deemoedig opgegeven. Het heeft geen zin je hier te haasten en zelfs al zou je dat willen, het continent zélf heeft er geen zin in. Tranquilo, zeggen ze hier, en wij laten ons gewillig leiden door deze uitstekend bedachte levensleus. Niettemin hebben we heel wat opgestoken sinds onze vorige blog. Specialiteit van de maand: de Inca's!

Persoonlijk vinden we het een beetje harig om je diep in een oude cultuur te verdiepen en je daarna een halve inboorling te gaan voelen, maar die Inca's konden zonder veel moeite onze aandacht opwekken. Dat deden ze meer precies door zo'n 500 jaar geleden drie kinderen dronken te voeren en levend in de top van de Argentijnse berg Llullaillaco te begraven. Wij passeerden opnieuw via Salta naar Bolivia en maakten van enkele dode uren gebruik om naar een van de mummies te gaan kijken. Een zeer vreemde ervaring: de huid van dit 15-jarig meisje was perfect geconserveerd en door haar zittende houding en vredige gelaatsuitdrukking zag ze er, zoals de Inca's zelf ook dachten, helemaal niet dood uit. Het offer dat via deze kinderen werd gebracht, had vermoedelijk weinig te maken met het gunstig stemmen van de aarde of de wind. Waarschijnlijk was het bestemd om een of andere grote gebeurtenis te vieren, zoals de geboorte of dood van een belangrijk persoon. Rare jongens, die Inca's.

Luguber of niet, onze ontmoeting met La Doncella leidde zonder veel omwegen naar Cusco, de Peruaanse stad in de vorm van een poema die jarenlang het centrum van het Incarijk was. Bijna was de geschiedenis heel anders verlopen: een opstandig bergvolk (de Chanka) bereikte ten tijde van de 8e Inca de grens van Cusco en stond op het punt de stad over te nemen. Dit had het einde betekend van het Incarijk, ware het niet dat de stenen waarmee Cusco gebouwd was, in strijders veranderden en samen met de Inca's hun belagers overwonnen. Enfin, dat beweert men hier toch. De daaropvolgende periode werd gekenmerkt door een enorm expansionisme, dat niet bepaald geweldloos verliep. Wanneer de Spanjaarden de Nieuwe wereld zouden bereiken, omvatte het Incarijk het hele gebied vanaf de huidige grens tussen Ecuador en Colombia tot het noorden van Chili. Het land is uiteindelijk ten onder gegaan aan een broedertwist over de opvolging, die handig is uitgebuit door de conquistadores.

Cusco is ook de uitvalsbasis voor een bezoek aan de legendarische ruïnes van Machu Picchu. Aan deze in 1911 (!) ontdekte Incastad kleeft meer mysterie dan honing aan een berenpoot. Volgens sommige geleerden, waaronder ontdekker Hiram Bingham, was het een klooster vol mooie Incamaagden, die daar werden getraind om de toekomst te voorspellen. Anderen, al even verstandig, beweren dat het gebouwd was als controlecentrum voor de overwonnen gebieden. Of het was een soort society club voor de rijke klasse, dat kan ook. In alle geval, zowel de steile klim naar de ruïnes als de 'verlaten stad' zelf, baadt in een heerlijk wazige sfeer die een bezoek onvergetelijk maakt.

Onze Europese broeders hebben het niet slim aangepakt. Alles waarvan de Spanjaarden hadden kunnen leren, op vlak van astronomie, geneeskunde, landbouw... werd als 'des duivels' beschouwd en volkomen genegeerd. Het goud en zilver dat quasi tot in het oneindige aanwezig was, werd naar Europa verscheept en daar verspild. Deze politiek betekende, ironisch genoeg, uiteindelijk het bankroet van het Spaanse rijk. Hadden ze wat meer nagedacht, ze hadden een emperium kunnen uitbouwen zonder voorgaande.

maandag 21 januari 2008

Rundslapjes en tandatleten

"Geef ons maar Bolivia!" horen we onszelf soms zeggen. Of: "Hoe sneller we hier weg zijn, des te beter!" Toch zitten we al een dikke maand in Argentinië en breien we elke dag een extra mouw aan ons verblijf. Bovenstaand gebrom heeft doorgaans een heel eenvoudige verklaring: het was bloedheet die dag, we vonden geen goedkope overnachting, de steak waarvoor we overdag het eten lieten, belandde 's avonds veel te laat en onverteerbaar achter onze kiezen, droger dan de krant De Tijd, aangebrander dan de Moulin Rouge. Alle succulente rundslapjes die ons spijsverteringsstelsel reeds doorkruisten, zijn op zo'n momenten snel vergeten.

Maar alles welbeschouwd valt hier niet te klagen en we zouden onszelf scheef bekijken, mochten we dat toch doen. Sinds het bezoek van onze familie - al meer dan een maand geleden maar we moeten er nog van bekomen - zijn weer enkele wereldwonderen ons netvlies ingebrand. Het meest recente was de Duivelskeel (garganta del diablo), een waterval hors catégorie, die ons bezoek aan Iguazu bulderend heeft ingezet. Decor voor verschillende films en UNESCO-beschermd gebied, heeft dit watervalcomplex ons de zwaartekracht in al haar glorie weten demonstreren. Was Newton hier geweest, hij had zijn appel rustig opgegeten.

De Argentijnse wereldwonderen schuilen ook in meer aardse geneugten, zoals de ontroerend fijne wijnen - verbouwd in een streek die eeuwenlang woestijn is geweest. Zoals de tango uiteraard - geen kat die hier gelooft dat benen zijn gemaakt om mee te stappen. En zoals het voetbal, naar men zegt - maar dat kunnen wij niet snappen.

Het grootste deel van onze tijd hebben we in Buenos Aires doorgebracht, terecht het 'Parijs van Zuid-Amerika' gedoopt. We hadden een prima hostel in de kleurige wijk San Telmo, waar we kerst en nieuwjaar tussen andere ontheemden vierden. Geregeld trokken we er een weekje 'tussenuit', om het stadsleven te ruilen voor de gezonde boerenbuiten.

Mendoza bijvoorbeeld, was zo'n mensverheffend toevluchtsoord. De zon, onze favoriete levensbron, heeft daar nochtans flink haar best gedaan ons tegen zich te keren. Een maat voor niets, zo bleek toen wij bij 45 graden de gortdroge cañon De Atuel kwamen uitgefietst, uitgedorst maar mooi gebruind. De mensen bekeken ons als waren we John Massis zaliger, die met zijn tanden een trein voorttrekt. 'Knap gedaan, maar waarvoor was dat in godsnaam nodig?'

Toegegeven, dat zal zowat het enige zijn waarmee we ons lichaam hebben uitgedaagd, de wijn tenagelaten. Een fikse wandeling zo nu en dan en dobberen in het zwembad was gezien de ziedende hitte (het is de warmste zomer ooit in Buenos Aires) het maximum aan inspanning dat we onze vege lijven durfden aandoen.

Maar van té lang niksdoen krijgen we een vette lever en dito achterwerk. Gedaan dus met de leegloperij! Noodzakelijkerwijze betekent dit ook het einde van ons bezoek aan Argentinië. Morgen beginnen we aan een serie héél lange busritten die ons opnieuw duizenden kilometers ver moet brengen. Duurzame landbouw, cultuurschokken, ingewanden eten... het komt weer allemaal terug. En hopelijk, want daar schamen we ons ook wat voor, terug iets sneller bloggen.

zaterdag 29 december 2007

Nieuwjaarswensen

Dag Liefste Lezers

Het jaar 2007 is bijna uitgeteld, het volgende loopt ijsberend door de wachtkamer, klaar voor de actie. Voor sommigen was 2007 een jaar om nu al met heimwee aan terug te denken. Anderen vergeten het liever zo snel mogelijk. Wij hopen dat voor iedereen, en vooral dan voor onze lezers, het volgende jaar brengt wat het hart verlangt: rust, vriendschap, liefde, een zilveren lepeltje... We wensen ook dat 2008 voor jullie het jaar wordt van de veel te lang uitgestelde verlangens. Eindelijk stoppen met roken, eindelijk die vrouw waar je al zo lang naar glimlacht uitvragen, eindelijk eens naar dat naaktstrand in Bredene gaan...

Wat enkel onszelf betreft zijn we - jullie konden het wellicht al raden - bijzonder opgetogen over het voorbije jaar. Wij zien 2007 vooral als een jaar van verwondering. Verwondering over dit gekke continent, waar niets perfect is behalve het geheel, bevreemdend als een schilderij van Willink of De Chirico. Verwondering ook over onze vrienden, familie en collega's die gedurende de voorbije 4 maand de Atlantische Oceaan overstaken (sommigen lijflijk, de meeste elektronisch) om ons te vermaken: met mailtjes, skype en - uiteraard - reacties op onze blog. Aan zoveel 'thuis' in Latijns-Amerika hadden wij ons niet verwacht!

We konden het dan ook niet laten om onze lieve lezers eens extra te verwennen. En wat masseert de geest beter dan... een gedicht? Klik hier om ons nieuwjaarsgedicht te beluisteren!

Daaag beste lezers!! Geniet van het eindejaar, maak er een feest van, en zorg dat iemand anders BOB is :-)

Tot volgend jaar!!!!

Katrien en Bert

maandag 10 december 2007

best of Bolivia

- Hallo!? Hebt ge dat gezien?
- Een kolibri! Of was het een condor? Prachtig!
- Schoon land, maar wel vuile wc’s…
- Gelijk in Cuba!

Dergelijke hartverwarmende conversaties gonzen intussen al 10 dagen rond ons hoofd. En tot onze eigen vreugde! Niemand minder dan Luc en Thérèse (ouders van Katrien) en Myriam en Toon (moeder resp. broer van Bert) zijn op bezoek in Bolivia. Pappa Rudy en een stuk of wat broers en zussen letten intussen op België.

Nu de groep is uitgebreid, kruipen wij opnieuw in de huid van frivole bezoeker. Gedaan met werken in El Alto! Het premature afscheid van ‘onze’ jongens viel nogal zwaar, daar mogen we eerlijk over zijn. Dat wrange gevoel moest gelukkig snel baan ruimen voor het prettiger gegeven van de ontvangst van bovenstaande bende: lijkbleek, last van de hoogte en véél te laat, maar – zo denken wij graag – toch blij ons te zien.

Wat volgt is een reis doorheen ons recente verleden, een best of zeg maar, waardoor we ons bezoek als ware gidsen doorheen het land konden loodsen. La Paz, het Titikakameer, de Yunga’s, Sucre… Slechts één bestemming hadden wij ons tot nog toe bewust onthouden: Uyuni. En wat voor bestemming! Drie dagen jeepen doorheen het meest indrukwekkende decor van Bolivia. Veelkleurige meren vol roze flamingo’s, een rotswoestijn weggeglipt uit Salvador Dali’s beste werk en als kers op de taart de eindeloos witte zoutvlakten. Het logement was niet steeds je dat: voor de ouders werden de grenzen van het aanvaardbare verlegd en voor ons kreeg het woordje basic een diepere betekenis. De laatste nacht werd dit gelukkig ruimschoots goedgemaakt in een meer dan luxueus hotel, volledig opgetrokken uit zoutblokken – meubilair inclusief.

Als eindbestemming van onze gezamenlijke reis hebben wij Samaipata gereserveerd, in het geheugen van ons en onze lezers gegrift als heimat van bioboeren, imkers en ecotoerismeprojectontwikkelaars. Hopelijk maakt het regenseizoen geen groentensoep van onze plannen daar. Volgende week betekent immers niet alleen het einde van een volgens ons (voorlopig) geslaagde wintervakantie voor Myriam, Toon, Luc en Thérèse. Voor ons is eveneens het einde aangebroken van ons Boliviaans avontuur. Daarna: opnieuw Argentinië? Brazilië? Of onmiddellijk naar Ecuador? Voor ons voorlopig een even groot raadsel als voor jullie.

zaterdag 17 november 2007

God en de Koning samen op de roetsjbaan

La Paz. De hoogste (administratieve) hoofdstad ter wereld, ingesloten door prachtige besneeuwde bergen, sommige meer dan 6.000 meter hoog. Een halve slakom, tot aan de rand volgestouwd met lelijke grijze of rode blokken, prachtige barokke kerken, koloniale gebouwen met golfplaatdak. En 's nachts, vanuit ons appartementje: een kerstboom met flikkerlichtjes. La Paz is ook 's werelds grootste roetsjbaan. Ze rammelt met je ingewanden, bonkt op je hoofd, perst alle lucht uit je longen en doet je benen tintelen. Maar al die ongemakken verdwijnen - of je leert ermee leven.

Dat gezegd zijnde, veel tijd om van de stad te genieten, hebben we niet tegenwoordig. Sinds onze terugkeer uit de jungle werken we in een opvanghuis voor straatkinderen in El Alto, de hoger gelegen en armtierige voorstad van La Paz. Het huis is de eerste etappe van vier, die de kinderen moet voorbereiden op een 'fatsoenlijk' leven, zonder geweld, zonder drugs, mét werk, mét God.

[Met dat laatste hebben we het nogal moeilijk - de kinderen doorgaans ook - maar de christelijke geloofsgemeenschap (evangelische of Rooms-katholieke) is hier bij de voornaamste bronnen van liefdadigheid. In plaats van te bidden aan tafel denken we dan in stilte aan onze trouwe lezers.]

'Onze' jongens zijn tussen 10 en 15 jaar oud en hebben heel recente herinneringen aan het straatleven: de lijm, de vrijheid, het geweld, de honger. Soms leeft het hele gezin op straat, maar veelal zijn ze van huis weggelopen, mishandeld en verwaarloosd. Ze komen naar het opvanghuis uit vrije wil en jammergenoeg vertrekken ze er soms, ook uit vrije wil. In het huis worden ze geholpen met het afleren van enkele gewoontes (stelen, vechten, druggebruik), worden ze ingeschreven in school en - misschien het allerbelangrijkste - krijgen ze de aandacht en affectie die ze stuk voor stuk hebben moeten missen. Wij helpen met huiswerk, geven Engelse les, ontluizen de jongens die pas zijn toegekomen, gaan met hen naar het hospitaal, wandelen mee tot aan de schoolpoort, spelen voetbal... Tussendoor regelen we een capoeirademonstratie, proberen we een voetbaltraining te organiseren met hun favoriete nationale ploeg en schooien we bij winkels voor boeken waarmee we een bibliotheekje willen maken.

Onze organisatie was in het begin heel kritisch - om niet te zeggen: cynisch - tegenover onze bevlogen initiatieven. "Dit is Bolivia, dat gaat hier zomaar niet!" Wij zijn intussen ook al een paar keer met onze neus op de realiteit gedrukt (in Bolivia is inderdaad niets zo eenvoudig als het zou kunnen zijn) maar merken toch dat veel van dat cynisme onterecht was. We zien onszelf in België nog niet binnenvallen bij de directeur van het Koning Boudewijnstadion en daar 10 minuten later buitenkomen met de belofte van structurele samenwerking. Hier kan dat dus wel.
Ons huidig leventje bestaat - gelukkig - uit meer dan enkel werken. In het weekend proberen we zoveel mogelijk van onze vrije tijd te genieten. Vorig weekend hebben we onszelf getrakteerd op een hotel met zwembad en sauna (16 euro per kamer!) in de Yunga's, de zone tussen hooggebergte en oerwoud. Uitstekend klimaat, zowel voor de cocateelt als voor het betere zwembadgeplons. En gisteren (vrijdag) zijn we via via op een decadent feestje verzeild geraakt ter ere van de Dag van de Dynastie, georganiseerd door de Belgische attaché voor ontwikkelingssamenwerking. Lichtjes under-dressed (gescheurde jeans...) en een halve eeuw jonger dan de andere genodigden (waaronder een resem ambassadeurs en vice-ministers) hebben we voor de eerste keer in ons leven de Brabanconne gezongen en het glas geheven op onze vorst. Waarbij één van ons, mogelijk door champagne aangemoedigd, dit ontroerende tafereel besloot met een welgemikt 'Vive la République!'.