zaterdag 29 december 2007

Nieuwjaarswensen

Dag Liefste Lezers

Het jaar 2007 is bijna uitgeteld, het volgende loopt ijsberend door de wachtkamer, klaar voor de actie. Voor sommigen was 2007 een jaar om nu al met heimwee aan terug te denken. Anderen vergeten het liever zo snel mogelijk. Wij hopen dat voor iedereen, en vooral dan voor onze lezers, het volgende jaar brengt wat het hart verlangt: rust, vriendschap, liefde, een zilveren lepeltje... We wensen ook dat 2008 voor jullie het jaar wordt van de veel te lang uitgestelde verlangens. Eindelijk stoppen met roken, eindelijk die vrouw waar je al zo lang naar glimlacht uitvragen, eindelijk eens naar dat naaktstrand in Bredene gaan...

Wat enkel onszelf betreft zijn we - jullie konden het wellicht al raden - bijzonder opgetogen over het voorbije jaar. Wij zien 2007 vooral als een jaar van verwondering. Verwondering over dit gekke continent, waar niets perfect is behalve het geheel, bevreemdend als een schilderij van Willink of De Chirico. Verwondering ook over onze vrienden, familie en collega's die gedurende de voorbije 4 maand de Atlantische Oceaan overstaken (sommigen lijflijk, de meeste elektronisch) om ons te vermaken: met mailtjes, skype en - uiteraard - reacties op onze blog. Aan zoveel 'thuis' in Latijns-Amerika hadden wij ons niet verwacht!

We konden het dan ook niet laten om onze lieve lezers eens extra te verwennen. En wat masseert de geest beter dan... een gedicht? Klik hier om ons nieuwjaarsgedicht te beluisteren!

Daaag beste lezers!! Geniet van het eindejaar, maak er een feest van, en zorg dat iemand anders BOB is :-)

Tot volgend jaar!!!!

Katrien en Bert

maandag 10 december 2007

best of Bolivia

- Hallo!? Hebt ge dat gezien?
- Een kolibri! Of was het een condor? Prachtig!
- Schoon land, maar wel vuile wc’s…
- Gelijk in Cuba!

Dergelijke hartverwarmende conversaties gonzen intussen al 10 dagen rond ons hoofd. En tot onze eigen vreugde! Niemand minder dan Luc en Thérèse (ouders van Katrien) en Myriam en Toon (moeder resp. broer van Bert) zijn op bezoek in Bolivia. Pappa Rudy en een stuk of wat broers en zussen letten intussen op België.

Nu de groep is uitgebreid, kruipen wij opnieuw in de huid van frivole bezoeker. Gedaan met werken in El Alto! Het premature afscheid van ‘onze’ jongens viel nogal zwaar, daar mogen we eerlijk over zijn. Dat wrange gevoel moest gelukkig snel baan ruimen voor het prettiger gegeven van de ontvangst van bovenstaande bende: lijkbleek, last van de hoogte en véél te laat, maar – zo denken wij graag – toch blij ons te zien.

Wat volgt is een reis doorheen ons recente verleden, een best of zeg maar, waardoor we ons bezoek als ware gidsen doorheen het land konden loodsen. La Paz, het Titikakameer, de Yunga’s, Sucre… Slechts één bestemming hadden wij ons tot nog toe bewust onthouden: Uyuni. En wat voor bestemming! Drie dagen jeepen doorheen het meest indrukwekkende decor van Bolivia. Veelkleurige meren vol roze flamingo’s, een rotswoestijn weggeglipt uit Salvador Dali’s beste werk en als kers op de taart de eindeloos witte zoutvlakten. Het logement was niet steeds je dat: voor de ouders werden de grenzen van het aanvaardbare verlegd en voor ons kreeg het woordje basic een diepere betekenis. De laatste nacht werd dit gelukkig ruimschoots goedgemaakt in een meer dan luxueus hotel, volledig opgetrokken uit zoutblokken – meubilair inclusief.

Als eindbestemming van onze gezamenlijke reis hebben wij Samaipata gereserveerd, in het geheugen van ons en onze lezers gegrift als heimat van bioboeren, imkers en ecotoerismeprojectontwikkelaars. Hopelijk maakt het regenseizoen geen groentensoep van onze plannen daar. Volgende week betekent immers niet alleen het einde van een volgens ons (voorlopig) geslaagde wintervakantie voor Myriam, Toon, Luc en Thérèse. Voor ons is eveneens het einde aangebroken van ons Boliviaans avontuur. Daarna: opnieuw Argentinië? Brazilië? Of onmiddellijk naar Ecuador? Voor ons voorlopig een even groot raadsel als voor jullie.

zaterdag 17 november 2007

God en de Koning samen op de roetsjbaan

La Paz. De hoogste (administratieve) hoofdstad ter wereld, ingesloten door prachtige besneeuwde bergen, sommige meer dan 6.000 meter hoog. Een halve slakom, tot aan de rand volgestouwd met lelijke grijze of rode blokken, prachtige barokke kerken, koloniale gebouwen met golfplaatdak. En 's nachts, vanuit ons appartementje: een kerstboom met flikkerlichtjes. La Paz is ook 's werelds grootste roetsjbaan. Ze rammelt met je ingewanden, bonkt op je hoofd, perst alle lucht uit je longen en doet je benen tintelen. Maar al die ongemakken verdwijnen - of je leert ermee leven.

Dat gezegd zijnde, veel tijd om van de stad te genieten, hebben we niet tegenwoordig. Sinds onze terugkeer uit de jungle werken we in een opvanghuis voor straatkinderen in El Alto, de hoger gelegen en armtierige voorstad van La Paz. Het huis is de eerste etappe van vier, die de kinderen moet voorbereiden op een 'fatsoenlijk' leven, zonder geweld, zonder drugs, mét werk, mét God.

[Met dat laatste hebben we het nogal moeilijk - de kinderen doorgaans ook - maar de christelijke geloofsgemeenschap (evangelische of Rooms-katholieke) is hier bij de voornaamste bronnen van liefdadigheid. In plaats van te bidden aan tafel denken we dan in stilte aan onze trouwe lezers.]

'Onze' jongens zijn tussen 10 en 15 jaar oud en hebben heel recente herinneringen aan het straatleven: de lijm, de vrijheid, het geweld, de honger. Soms leeft het hele gezin op straat, maar veelal zijn ze van huis weggelopen, mishandeld en verwaarloosd. Ze komen naar het opvanghuis uit vrije wil en jammergenoeg vertrekken ze er soms, ook uit vrije wil. In het huis worden ze geholpen met het afleren van enkele gewoontes (stelen, vechten, druggebruik), worden ze ingeschreven in school en - misschien het allerbelangrijkste - krijgen ze de aandacht en affectie die ze stuk voor stuk hebben moeten missen. Wij helpen met huiswerk, geven Engelse les, ontluizen de jongens die pas zijn toegekomen, gaan met hen naar het hospitaal, wandelen mee tot aan de schoolpoort, spelen voetbal... Tussendoor regelen we een capoeirademonstratie, proberen we een voetbaltraining te organiseren met hun favoriete nationale ploeg en schooien we bij winkels voor boeken waarmee we een bibliotheekje willen maken.

Onze organisatie was in het begin heel kritisch - om niet te zeggen: cynisch - tegenover onze bevlogen initiatieven. "Dit is Bolivia, dat gaat hier zomaar niet!" Wij zijn intussen ook al een paar keer met onze neus op de realiteit gedrukt (in Bolivia is inderdaad niets zo eenvoudig als het zou kunnen zijn) maar merken toch dat veel van dat cynisme onterecht was. We zien onszelf in België nog niet binnenvallen bij de directeur van het Koning Boudewijnstadion en daar 10 minuten later buitenkomen met de belofte van structurele samenwerking. Hier kan dat dus wel.
Ons huidig leventje bestaat - gelukkig - uit meer dan enkel werken. In het weekend proberen we zoveel mogelijk van onze vrije tijd te genieten. Vorig weekend hebben we onszelf getrakteerd op een hotel met zwembad en sauna (16 euro per kamer!) in de Yunga's, de zone tussen hooggebergte en oerwoud. Uitstekend klimaat, zowel voor de cocateelt als voor het betere zwembadgeplons. En gisteren (vrijdag) zijn we via via op een decadent feestje verzeild geraakt ter ere van de Dag van de Dynastie, georganiseerd door de Belgische attaché voor ontwikkelingssamenwerking. Lichtjes under-dressed (gescheurde jeans...) en een halve eeuw jonger dan de andere genodigden (waaronder een resem ambassadeurs en vice-ministers) hebben we voor de eerste keer in ons leven de Brabanconne gezongen en het glas geheven op onze vorst. Waarbij één van ons, mogelijk door champagne aangemoedigd, dit ontroerende tafereel besloot met een welgemikt 'Vive la République!'.

vrijdag 26 oktober 2007

geesten van de jungle

Natuurlijk, het landbouwleven in Bolivia ís interessant. En in zekere zin is de bijenteelt erg avontuurlijk. Maar het avontuur waar wij ons goed bij voelen, onze natuurlijke habitat zeg maar, is van een heel andere aard. Harige spinnekoppen, giftige slangen, vuurspuwende draken... Dát hebben we nodig! En dus zijn we zonder twijfelen vanuit het hoge La Paz recht de jungle ingedoken. Per boot dan nog, Francisco de Orellana achterna.

Destijds is men de Amazone beginnen afvaren op zoek naar El Dorado, het rijk van de Man van Goud. De verhalen van dergelijke expedities, waarmee de gemaakte onkosten werden vergoelijkt, zijn erg fascinerend. Weerkerende elementen zijn reusachtige slangen, bloeddorstige indianen, dodelijke planten en - uiteraard - dorpen die baadden in het goud. Vaak werden de dappere ontdekkingreizigers als godslasterende fantasten beschouwd, maar wij weten beter. Niet alleen zijn die verhalen correct, de werkelijkheid is nog véél straffer!

Waren wij nog maar net met onze prauw gestrand op de oever van de Rio Kaka (we verzinnen het niet), of we werden benaderd door een vreemd figuur, vermoedelijk een moordzuchtige inboorling. Ons is het verhaal bekend van een Amazonestam die haar slachtoffers onthoofdt en vervolgens, bij wijze van vertier, de schedels laat krimpen tot de grootte van een appel en op een paal spiest. Dapper vatten wij de confrontatie aan, het hoofd enigszins in onze kraag geborgen.

Na omstandig handgeschud werd duidelijk dat deze krijger Spaans sprak, wat het vertrouwen aanzienlijk bevorderde. Bleek dat we te maken hadden met een inwoner van het goudzoekersdorp Uyapi, tevens vader van 8 kinderen en van nature erg sympathiek. We werden hartelijk uitgenodigd om 's avonds mee in de rivier te baden en kregen daar gul inzicht in de fantasie van onze vrienden goudzoekers. Onder de badplaats zat het niet alleen tjokvol met goud, er stroomden ook krachtige kosmische stralen doorheen. Hoewel ons Spaans niet altijd toereikend was om de finesses van het betoog te vatten, menen we toch verstaan te hebben dat er nog niet zo lang geleden ook UFO's waren geland. Na een nachtelijk bezoek aan de goudsorteringsmachine zochten we met fonkelende ogen onze tent op, zo nu en dan een spiedende blik op de hemel werpend.

De komende dagen verbleven we grotendeels in het tropische regenwoud. Voor wie het wil weten: ja, het regent er. Het is er ook mooi groen en zo nu en dan ruikt het er naar look. Veel wildlife valt er niet te zien (een ongelukkige piraña uitgezonderd), maar we zouden er 's nachts toch niet alleen willen rondlopen. Het oerwoud bemint wie het begrijpt. Wij wisten niks van zowat alles wat erin leeft en leerden dus vooral de vijandige kant kennen, zijnde dorens op al wat maar in de buurt van je hoofd komt en een hele resem insecten, die één van ons duchtig te grazen hebben genomen. We troffen er ook de meest vreemde planten aan, zoals een wandelende boom (letterlijk!), een boomvretende liaan en niet te vergeten de arbol del diablo, oftewel... de duivelsboom.

Inheemse stammen vertellen dat wie verdwaalt in het woud, door boosaardige aardmannetjes naar de duivelsboom wordt geleid, waarna een bacchanaal plaatsgrijpt waar menig romein zijn bekomst van zou hebben. De volgende ochtend ontwaakt de verdwaalde ziel, volslagen krankzinnig, om nooit meer het woud te verlaten.

Wij geloven niet in aardmannetjes en de rest van het verhaal doet ons teveel aan onze studententijd denken. Onze apetijt voor het mysterieuze was niettemin gewekt en, op zoek naar de diepste geheimen van het woud, besloten we een sjamaan op te zoeken en samen met hem het sap te drinken van de zeldzame Ayahuasca-liaan. Dit eeuwenoude ritueel verdrijft alle boze geesten uit het lijf en heet een unieke ervaring te zijn. Na een eerste fase van totale verkramping volgt de fysieke zuivering, waarna de boze geesten uit elke denkbare lichaamsopening komen gespoten; nadien volgen de hallucinaties. Het ritueel eindigt met een gevoel van innerlijke rust en voldoening.

Toen we echter hoorden dat seks en rood vlees eten verboden was de dagen voor het ritueel, hebben we zonder pardon het hele idee laten varen. Kakken en kotsen ten behoeve van onze innerlijke gelukzaligheid, tot daar aan toe, maar dát was toch wel erg veel gevraagd. Het gevolg laat zich raden voor wie onze vorige avonturen heeft gelezen: we zijn zo snel als we konden de bus op gestapt richting La Paz, vér weg van die al te bizarre wereld.

vrijdag 19 oktober 2007

het leven zoals het is

Wie onder onze lezers kan zeggen dat hij of zij de voorbije week ernstige inspanningen heeft gedaan om de wereld te verbeteren? Niemand? Wij ook niet, wees gerust. Het ecotoerismeproject waarover we reeds schreven werd uiteindelijk te prematuur bevonden en is tot nader order uitgesteld. In plaats daarvan hebben we de wereld op ons af laten komen en ons gulzig gelaafd aan het mannah van de weidse Samaipataanse regio.

Samen met Andres, de sympathieke eigenaar van onze uitvalsbasis Andoriña, namen we deel aan een voorlichtingsdag van de FAN (Fondación Amigos de la Naturaleza) over duurzame bijenteelt. De aandacht van de voorlichter, die zijn werk erg goed deed, ging hoofdzakelijk naar veiligheid, hygiëne en gezamenlijke afzetmogelijkheden. Die van de boeren daarentegen ging naar een bijenkoningin die zichzelf scheen te hebben verhangen - met veel verbeelding een metafoor voor de geschiedenis van Bolivia. De aandacht van Andres, tot slot, werd vooral opgeëist door enkele agressieve bijen die in zijn masker waren verzeild geraakt, tot hilariteit van de lokale boeren. Wij keken toe en zagen dat het goed was.

De daaropvolgende dag bracht de laadbak van een vrachtwagen ons naar een bioboerderij in Bermejo, een gehucht niet ver van Samaipata. Enkel twee waakhonden gaven thuis en ook na een halve dag wachten (gelukkig hing er een hangmat) kwam niemand opdagen. Bij een andere boerderij hadden we meer succes. Het eigenaarskoppel plande de volgende dagen naar Santa Cruz te gaan en zocht dringend een oppas voor hun bloedjes van kinderen. Wij voelden ons geroepen en kregen waar we zo vurig naar verlangen. Het leven zoals het is: de bioboerderij. Ofwel, om half 6 opstaan om de koeien te melken, ontbijt maken voor onszelf, de pagadders en een paar gestrande Duitsers (intussen nonchalant de teken uit ons lijf plukkend) en erwten oogsten, véél erwten oogsten...

De regio van Bermejo is gezegend met de nabijheid van het Amazonewoud en bijhorend ongedierte. Wanneer we 's avonds onze insectenbeten (zie foto) te rusten legden op een matras in het hok naast de keuken, doodop en naar aarde en kikkererwten ruikend (stromend water was enkel een luxe voor 's ochtends, toen er moest worden afgewassen), beseften wij hoe gelukkig we wel waren. Dergelijke ervaringen zijn immers van onschatbare waarde, niet? Sol, de vrouw des huizes, kon onze ervaringen daarentegen wel naar waarde schatten: 5 dollar per kop per dag zou, samen met 9 uur noeste arbeid, volgens haar volstaan als vergoeding voor brood, rijst, groenten en matras. Lichtelijk geïrriteerd door een dergelijke geldzucht kozen we - zonder te betalen uiteraard - het hazenpad, terug naar ons luizenleventje in Samaipata.

Het dorpsleven biedt in onze ervaring vele voordelen ten opzichte van dat van het hippieachtige subsistence farming. Douches, toiletten, hangmatten en zo nu en dan een feestje ter ere van de heilige Maagd Maria; meer hebben wij niet nodig. Dergelijke feestjes beginnen om 5u 's ochtends met chicha (zie Sylvester) en fanfaremuziek en gaan gemakkelijk een paar dagen in dezelfde trend door. Vreemdelingen zijn ook welkom! Bij het binnenkomen werd ons spontaan een halfleeggedronken bekertje voorgeschoteld, dat we na een flinke slok weer doorgaven aan onze laveloze buurman. Zo nu en dan een voorstel tot partnerruil beleefd weigerend, vonden wij het daar aangenaam toeven. De onvoorwaardelijke vriendschap die ons door de in chicha gemarineerde jeugd in het oor werd geschreeuwd, stond in schril contrast met de berekende vriendelijkheid van onze bomenknuffelende bioboeren.

Bij gebrek aan werk en omdat iedereen ons vol lof over La Paz had verteld, besloten we het laaggebergte te ruilen voor de imposante Andes, waar zich de admistratieve hoofdstad bevindt. Een dorpje op weg daarheen, met de naar salsa en mojito geurende naam Buena Vista, herbergt de grootste koffiecoöperatieve van het land. Bolivia heeft een erg korte geschiedenis in de koffieteelt - maximum 30 jaar - maar het groeipotentieel is enorm. Net als in de apicultuur en bij uitbreiding in gelijk welke andere sector is er veel nood aan techische assistentie. Nog veel belangrijker is dat het marktgericht denken hier dringend moet worden geïntroduceerd. Wij bezochten de plantages en verwerkingsinstallaties van Agricabv, de organisatie die zich het lot van de prille koffieboeren aantrekt. Voor de rest valt er in Buena Vista minder te beleven dan op een blauwe maandag in Zichem-Zussem-Bolder (een half-vermakelijk Colombiaans circus te na gelaten) dus we zaten al snel weer de bus op, eerst naar Cochabamba, om vervolgens La Paz te bereiken, waar we nu zijn en als alles volgens plan verloopt, de komende maand gaan blijven.

Busreizen komen hier vaak ten berde, en ook nu kunnen we het niet laten. Laatstvermelde rit bracht inwendig heel wat naar boven - in tegenstelling tot eerdere busreizen enkel in figuurlijke zin. Een van thuis meegebrachte muziekcollectie, niet ontdaan van enige sentimentele connotatie, werd handig aangewend om het gesnurk van onze achterbuur mee te verdoezelen. Zo kwam het dat wij naast onze fysieke verplaatsing ook een mentale reis doorheen de tijd maakten. Momenten van contemplatie als deze zijn als een lakmoesproef voor onthechting.

donderdag 4 oktober 2007

soep die terugblikt

Nee hoor, we zijn niet ontvoerd. En we zijn jullie al evenmin vergeten. We hebben het gewoon een beetje druk gehad, de laatste tijd. Enfin, druk... Niet in de betekenis van 7 tijdzones rechts van ons, maar toch behoorlijk bezig. Hebben we al gezegd dat we in Santa Cruz geweest zijn?

Wel, na enkele dagen Sucre - 2 daarvan zoals gezegd nogal weelderig, de volgende meer back to basics - hadden we het daar stilaan gezien en onverdroten baanden we ons een weg naar Santa Cruz, hoofdstad van het gelijknamige departement en motor van de Boliviaanse economie. Onverdroten, dat wil zeggen, 14u de rammelbus op, zonder sanitaire stop. Het bedorven cakeje, dat een niet nader genoemde net voor de busreis naar binnen werkte, zou de volgende dagen stevig weerwraak nemen op al dat horizontale (cocha cama, noemen ze dat hier) gehobbel.

Aangekomen in Santa Cruz, gingen onze zintuigen in staking. Even dachten wij nog dat er iets in beider neusgaten was verzeild geraakt (wie zo'n busreis heeft meegemaakt weet dat dit goed mogelijk is), maar toen onze ogen het ook lieten afweten en enkel in grijstinten schenen te functioneren, was het duidelijk: het is de tijd van de chaqueos. Chaqueo is een gezellig en exotisch woord, dat staat voor het afbranden van oerwoud ten gunste van sojaproductie of de suikerrietteelt. Oordelen vellen we niet, ons leespubliek is hiervoor te sterk gediversifieerd, maar wie ons kent weet wat we denken. Feit is dat de rook die hierdoor wordt veroorzaakt over het hele departement hangt en zwaar op het gemoed drukt. Ons éénsterrenhotelletje kon ook weinig verlichting brengen en werd na 3 nachten geruild voor een (even dure) hostal met tropische binnenkoer; hangmatten en huistoekans kregen we er gratis bij.

Bij gebrek aan scenic view of iets dat ook maar enige toeristische apetijt kon opwekken, maakten we van Santa Cruz de uitvalsbasis voor onze jobhunt. Begaan met het wereldschoon en enige verwantschap voelend met al wat vegeteert of domweg in het wild rondhuppelt, begon onze zoektocht bij het WWF. Na een abusievelijke passage (verkeerde huisnr.) bij Youth With a Mission, een jeugdig zootje ongeregeld dat het kerstenen nog niet heeft opgegeven, belandden we bij Fondación Amigos de la Naturaleza, beheerder van het immense nationaal park Noell Kempff Mercado. Na twee uur wachten en ondertussen een oogballensoep - soep die terugstaart, het doet iets met je - te hebben uitgelepeld in een nabijgelegen 'restaurant', kregen we het e-mailadres van de directeur mee en konden we Santa Cruz verlaten.

Katrien, een sympathieke Belgische bio-ingenieur die we eerder waren tegengekomen, had ons intussen zonder het zelf te beseffen warm gemaakt voor het boerenleven. Het kon niet anders dat onze volgende stap het boerengat Samaipata was, vanwaar we dit nu schrijven. Vastbesloten hier niet te vertrekken zonder diploma organic farming in onze zak, zochten we gisteren de grootste bioboer uit de streek op, met rugzak en al. Bleek dat we de volgende ochtend (vanmorgen dus) tussen 6 en half 7 moesten terugkomen. Wij dus onze tent vlak bij het erf opgezet, voor de volle 80 eurocent. De nacht viel met het gehuil van een wolf.

Wolven zijn zeldzaam in dit land, en een husky (die we op het boerenerf hadden gezien) maakt ook een dergelijk lawaai, maar om ons met die 80 cent niet al te zeer bekocht te voelen, hebben we onszelf en elkaar in de waan gelaten van een unieke, landelijke ervaring. Deze ochtend was er geen boer te bekennen; hij lag wellicht nog in bed zoals elk normaal mens. Een ochtendwandeling leek de voor de hand liggende optie, waarbij we (zonder verder gevolg) betrapt werden op het heimelijk en volkomen illegaal betreden van UNESCO-beschermd archeologisch Incaterritorium.

Dus zitten we nu terug in het dorp, het geld dat we gisteren hebben uitgespaard werd gul besteed aan een culinair genotzame maar intestinair te beklagen berg verse groenten en een degelijke hostal. Waar we, zomaar uit het niets, een voorstel hebben gekregen om mee te werken aan het opstarten van een ecotoerismeproject.

maandag 24 september 2007

slangen en schorpioenen

Het leven van avonturiers is hard en niet zonder gevaar. Daarom zijn we de hele week nog in Humahuaca gebleven, waar de cabaña van Marcelo (zie later) ons alle rust kon verschaffen waarnaar we, na al onze vorige avonturen, zo hevig verlangden. Te paard of te voet omzwierven we de eindeloze quebrada.

Hoewel alle toerismekantoren het ons ontraadden, konden zonder gids de mooiste tochten worden gemaakt. Van slangen of schorpioenen zijn wij immers niet bang, en wanneer we privéterrein zouden betreden, ging een vriendelijke lach ons wel vergeven. Pas toen we na een halve dag onbezonnen marcheren op een gigantische afgrond stuitten, en de weg terug onvindbaar bleek, viel er van achter onze zonnebril - héél even maar - een licht nerveuze blik te bespeuren. Enige pioniersmentaliteit is ons gelukkig niet vreemd, en onze samengelegde intuïtie bracht ons er al snel toe een groot leegstaand rivierbekken neerwaarts te volgen: een zekere weg naar het dal! Een uur of wat later zagen we de eerste sporen van beschaving - nog nooit zo blij geweest een paardendrol te zien - en net voor donker waren we weer veilig thuis.

Vrijdag besloten we dat het genoeg was geweest met alle rust en, op zoek naar meer avontuur, staken we de Boliviaanse grens over. Een nachtelijke bus van 14 uur scheidde ons van het mondaine Sucre, de grondwettelijke hoofdstad, waarvan we onze eerste bestemming zouden maken. De hoofdweg tussen het grensdorpje Villazón en Potosí (destijds door Karel V als keizerstad uitgeroepen), is van die aard dat het woord baanligging zijn betekenis volkomen verliest. Hevig vibrerend penetreerde onze bus het voluptueuze nachtlandschap. Eénmaal wakker geworden in Potosí, bleek dat onze bus niet verder reed. Op ons ticketje stond nochtans duidelijk 'Sucre', dat nog een drietal uur bussen verder lag. De chauffeur werd bij ons streng op het matje geroepen en heeft een andere bus voor ons gezocht en betaald.

En nu zitten we in een naar ons aanvoelen behoorlijk luxueus hotel in het centrum van Sucre. Toch is het hier dat we de cultuurshocks stilaan voelen aankomen - onze mascotte Sylvester weet er intussen alles over. De markt van Tarabuco, 65 km hiervandaan, effende gisterochtend het pad voor de grotere culturele omwentelingen. Gestaag wordt meer en meer ruimte van het eigene opgevorderd door het exotische, dat ons met inhalerige teugen opslorpt, consumeert. Toerisme is de best denkbare ontwikkelingshulp, wordt vaak beweerd. Benieuwd wat dit land met onze ontwikkeling van plan is.

zondag 16 september 2007

100% waarheidsgetrouw

Onze reiservaringen en indrukken die hier te lezen vallen, zijn 100% waarheidsgetrouw. Wanneer we echter onze plannen voor de komende dagen uiteenzetten, haal je best je korrel zout boven. In de tijd dat we hier zijn, wisselden we al vaker van plannen dan van ondergoed. Eergisteren ruilden we het broeierige Salta - nog steeds in de ban van de maagd Maria - voor het meer easy going bergdorpje Humahuaca.

Een beetje ijl in de bovenkamer, is het hier aangenaam verpozen. Onze eerste bergwandeling, op de Peña Blanca en ver daarbuiten, was zonder meer een succes. Onder de veilige garde van een intussen bevriende hond, die het eenzame bergleven kennelijk niet langer kon verdragen, waagden we ons niet zonder risico off the beaten track. Bittere cocabladeren in de mondhoek - we wijzen nogmaals op het belang van gastronomische integratie - moesten ons behoeden voor symptomen van hoogteziekte die verder gingen dan een vochtige neus of slapende tenen. Na enkele duizelingwekkende vergezichten werd diamox toch beter geacht. De resterende cocabladeren doen nu dienst als substituut voor nicorette-kauwgom. Hoewel ze, in een sigaret gerold, ook lang niet slecht zullen smaken.

Niet alles is hier echter peis en vree. Vannacht, zo rond 3 uur, werden we gewekt door koortsige fanfaremuziek, opstandig gejoel en een geknal (mortiervuur?) dat het geen naam had. Een hitsige massa die de onafhankelijkheid van Humahuaca opeiste? Een klopjacht van 'Nortes' op al wat blank en geletterd is? Of was het de cocathee die een laattijdig maar beter dan verhoopt effect sorteerde? Slaapkop in onze trui gehesen en met het fototoestel rond de hals naar buiten. Men is avonturier of men is het niet.

Enigszins teleurstellend bleken noch mortiersalvo's (vuurwerk...) noch strijdliederen tegen ons gericht. De bloeddorstige massa bestond uit elkaar in aantal en decibels overbluffende scholierenverenigingen die dit voorts inerte dorp onveilig maakten. Vanaf 8u 's ochtends werden zij opgevolgd door een oudere brigade die, in een minder opgehitste stijl maar uitdrukkelijker geornamenteerd, ter ere van hun patroonheilige de straten gedurende de rest van de dag zou bezetten.

Aan fantasie hebben we nooit gebrek gehad. Dit enigmatische dorpje en haar dorre maar verbluffend mooie omgeving hebben echter geen fantasie nodig om kleur te krijgen. We zouden bijna zeggen: hier gaan we nog enkele dagen blijven.

vrijdag 14 september 2007

proloog

10 september... Alle vrienden stevig de hand gedrukt, hier en daar een familielid omarmd, tijd om te vertrekken. Voor weinigen was het nog een geheim, zoals wij onze plannen hebben rondgebazuind. Toch viel de opkomst in de luchthaven een beetje tegen. Geen fanfare, geen hysterische vrouwen of uitzinnige kerels, in de verste verte zelfs geen spandoek... Onze ouders en Toon waren gelukkig zo goed ons naar Zaventem te brengen en tot het allerlaatste moment met liefdevolle blikken richting boarding gate te begeleiden, zoniet hadden we ons gevoeld zoals alleen spek en bonen dat kunnen.

Zo´n afscheid, daar kan je je niet op voorbereiden, zelfs al is het maar voor een jaar. Tegen kroppende kelen en tranende ouders was onze reisapotheek niet bestand. We moesten het afscheid dus op eigen kracht uitzweten. Gelukkig hadden we goeie vooruitzichten. Buenos Aires, waar we de eerste week zouden verblijven, is immers een mooie, zwoele stad waar het altijd zomert en de mensen dansend door het leven gaan. Zo ook wij, hoera! Gezwind de vlieger op!

25 uur later begroette Buenos Aires ons, door, als een natte handdoek, een snertbui à la belge in het gezicht te mikken. Het volgende kwartier hadden we al een one way ticketje op zak naar Salta, twintig uur bussen richting evenaar, enkel als tussenstop voor Bolivia. Waar het altijd zomert en de mensen... Enfin. Zo ver zijn we nog niet. Salta valt immers goed mee, behoorlijk wat geglobaliseerd modernisme en een uitgangsbuurt waar Brussel nog veel van kan leren, gecombineerd met de geur van een ontwikkelingsland (uitlaatgassen, bbq en een veredeld open sewer systeem) die zo nodig is om je echt op reis te voelen.

En nu, één overreden hond (bus kon niet stoppen), twee kerkbezoeken (het is hier de hele week feest voor Maria) en de eerste proeven met de lokale cuisine verder, voelen we ons al helemaal geïntegreerd en zijn we klaar om verder te trekken. Zaterdag gaan we naar Bolivia, onderwijl een paar UNESCO-beschermde sites meepikkend... Tenzij het daar regent natuurlijk.

vrijdag 17 augustus 2007

Nog even geduld...

Voor wie het nog niet weet: 10 september vertrekken we voor een jaartje (mas o menos) naar Zuid en Centraal Amerika. Onze route ligt in grote lijnen vast (kunstig weergegeven op dit plannetje), onze bezigheden daar nog iets minder.


We zouden het jullie niet kunnen aandoen de hele tijd ons boeiend gezelschap te moeten missen zonder op zijn minst nu en dan een straf verhaal achter te laten. Beiden van het eerder verstrooide type zijnde (zeker op reis), is deze blog ook absoluut noodzakelijk om een zekere structuur in onze herinneringen te verweven: een kruimelspoor in en rond het mysterieuze Amazonewoud, over de riante Andes, via het Caribische azuur uiteindelijk strandend tussen cactussen en tortilla's. ¡Qué bien!