maandag 24 september 2007

slangen en schorpioenen

Het leven van avonturiers is hard en niet zonder gevaar. Daarom zijn we de hele week nog in Humahuaca gebleven, waar de cabaña van Marcelo (zie later) ons alle rust kon verschaffen waarnaar we, na al onze vorige avonturen, zo hevig verlangden. Te paard of te voet omzwierven we de eindeloze quebrada.

Hoewel alle toerismekantoren het ons ontraadden, konden zonder gids de mooiste tochten worden gemaakt. Van slangen of schorpioenen zijn wij immers niet bang, en wanneer we privéterrein zouden betreden, ging een vriendelijke lach ons wel vergeven. Pas toen we na een halve dag onbezonnen marcheren op een gigantische afgrond stuitten, en de weg terug onvindbaar bleek, viel er van achter onze zonnebril - héél even maar - een licht nerveuze blik te bespeuren. Enige pioniersmentaliteit is ons gelukkig niet vreemd, en onze samengelegde intuïtie bracht ons er al snel toe een groot leegstaand rivierbekken neerwaarts te volgen: een zekere weg naar het dal! Een uur of wat later zagen we de eerste sporen van beschaving - nog nooit zo blij geweest een paardendrol te zien - en net voor donker waren we weer veilig thuis.

Vrijdag besloten we dat het genoeg was geweest met alle rust en, op zoek naar meer avontuur, staken we de Boliviaanse grens over. Een nachtelijke bus van 14 uur scheidde ons van het mondaine Sucre, de grondwettelijke hoofdstad, waarvan we onze eerste bestemming zouden maken. De hoofdweg tussen het grensdorpje Villazón en Potosí (destijds door Karel V als keizerstad uitgeroepen), is van die aard dat het woord baanligging zijn betekenis volkomen verliest. Hevig vibrerend penetreerde onze bus het voluptueuze nachtlandschap. Eénmaal wakker geworden in Potosí, bleek dat onze bus niet verder reed. Op ons ticketje stond nochtans duidelijk 'Sucre', dat nog een drietal uur bussen verder lag. De chauffeur werd bij ons streng op het matje geroepen en heeft een andere bus voor ons gezocht en betaald.

En nu zitten we in een naar ons aanvoelen behoorlijk luxueus hotel in het centrum van Sucre. Toch is het hier dat we de cultuurshocks stilaan voelen aankomen - onze mascotte Sylvester weet er intussen alles over. De markt van Tarabuco, 65 km hiervandaan, effende gisterochtend het pad voor de grotere culturele omwentelingen. Gestaag wordt meer en meer ruimte van het eigene opgevorderd door het exotische, dat ons met inhalerige teugen opslorpt, consumeert. Toerisme is de best denkbare ontwikkelingshulp, wordt vaak beweerd. Benieuwd wat dit land met onze ontwikkeling van plan is.

zondag 16 september 2007

100% waarheidsgetrouw

Onze reiservaringen en indrukken die hier te lezen vallen, zijn 100% waarheidsgetrouw. Wanneer we echter onze plannen voor de komende dagen uiteenzetten, haal je best je korrel zout boven. In de tijd dat we hier zijn, wisselden we al vaker van plannen dan van ondergoed. Eergisteren ruilden we het broeierige Salta - nog steeds in de ban van de maagd Maria - voor het meer easy going bergdorpje Humahuaca.

Een beetje ijl in de bovenkamer, is het hier aangenaam verpozen. Onze eerste bergwandeling, op de Peña Blanca en ver daarbuiten, was zonder meer een succes. Onder de veilige garde van een intussen bevriende hond, die het eenzame bergleven kennelijk niet langer kon verdragen, waagden we ons niet zonder risico off the beaten track. Bittere cocabladeren in de mondhoek - we wijzen nogmaals op het belang van gastronomische integratie - moesten ons behoeden voor symptomen van hoogteziekte die verder gingen dan een vochtige neus of slapende tenen. Na enkele duizelingwekkende vergezichten werd diamox toch beter geacht. De resterende cocabladeren doen nu dienst als substituut voor nicorette-kauwgom. Hoewel ze, in een sigaret gerold, ook lang niet slecht zullen smaken.

Niet alles is hier echter peis en vree. Vannacht, zo rond 3 uur, werden we gewekt door koortsige fanfaremuziek, opstandig gejoel en een geknal (mortiervuur?) dat het geen naam had. Een hitsige massa die de onafhankelijkheid van Humahuaca opeiste? Een klopjacht van 'Nortes' op al wat blank en geletterd is? Of was het de cocathee die een laattijdig maar beter dan verhoopt effect sorteerde? Slaapkop in onze trui gehesen en met het fototoestel rond de hals naar buiten. Men is avonturier of men is het niet.

Enigszins teleurstellend bleken noch mortiersalvo's (vuurwerk...) noch strijdliederen tegen ons gericht. De bloeddorstige massa bestond uit elkaar in aantal en decibels overbluffende scholierenverenigingen die dit voorts inerte dorp onveilig maakten. Vanaf 8u 's ochtends werden zij opgevolgd door een oudere brigade die, in een minder opgehitste stijl maar uitdrukkelijker geornamenteerd, ter ere van hun patroonheilige de straten gedurende de rest van de dag zou bezetten.

Aan fantasie hebben we nooit gebrek gehad. Dit enigmatische dorpje en haar dorre maar verbluffend mooie omgeving hebben echter geen fantasie nodig om kleur te krijgen. We zouden bijna zeggen: hier gaan we nog enkele dagen blijven.

vrijdag 14 september 2007

proloog

10 september... Alle vrienden stevig de hand gedrukt, hier en daar een familielid omarmd, tijd om te vertrekken. Voor weinigen was het nog een geheim, zoals wij onze plannen hebben rondgebazuind. Toch viel de opkomst in de luchthaven een beetje tegen. Geen fanfare, geen hysterische vrouwen of uitzinnige kerels, in de verste verte zelfs geen spandoek... Onze ouders en Toon waren gelukkig zo goed ons naar Zaventem te brengen en tot het allerlaatste moment met liefdevolle blikken richting boarding gate te begeleiden, zoniet hadden we ons gevoeld zoals alleen spek en bonen dat kunnen.

Zo´n afscheid, daar kan je je niet op voorbereiden, zelfs al is het maar voor een jaar. Tegen kroppende kelen en tranende ouders was onze reisapotheek niet bestand. We moesten het afscheid dus op eigen kracht uitzweten. Gelukkig hadden we goeie vooruitzichten. Buenos Aires, waar we de eerste week zouden verblijven, is immers een mooie, zwoele stad waar het altijd zomert en de mensen dansend door het leven gaan. Zo ook wij, hoera! Gezwind de vlieger op!

25 uur later begroette Buenos Aires ons, door, als een natte handdoek, een snertbui à la belge in het gezicht te mikken. Het volgende kwartier hadden we al een one way ticketje op zak naar Salta, twintig uur bussen richting evenaar, enkel als tussenstop voor Bolivia. Waar het altijd zomert en de mensen... Enfin. Zo ver zijn we nog niet. Salta valt immers goed mee, behoorlijk wat geglobaliseerd modernisme en een uitgangsbuurt waar Brussel nog veel van kan leren, gecombineerd met de geur van een ontwikkelingsland (uitlaatgassen, bbq en een veredeld open sewer systeem) die zo nodig is om je echt op reis te voelen.

En nu, één overreden hond (bus kon niet stoppen), twee kerkbezoeken (het is hier de hele week feest voor Maria) en de eerste proeven met de lokale cuisine verder, voelen we ons al helemaal geïntegreerd en zijn we klaar om verder te trekken. Zaterdag gaan we naar Bolivia, onderwijl een paar UNESCO-beschermde sites meepikkend... Tenzij het daar regent natuurlijk.