maandag 21 januari 2008

Rundslapjes en tandatleten

"Geef ons maar Bolivia!" horen we onszelf soms zeggen. Of: "Hoe sneller we hier weg zijn, des te beter!" Toch zitten we al een dikke maand in Argentinië en breien we elke dag een extra mouw aan ons verblijf. Bovenstaand gebrom heeft doorgaans een heel eenvoudige verklaring: het was bloedheet die dag, we vonden geen goedkope overnachting, de steak waarvoor we overdag het eten lieten, belandde 's avonds veel te laat en onverteerbaar achter onze kiezen, droger dan de krant De Tijd, aangebrander dan de Moulin Rouge. Alle succulente rundslapjes die ons spijsverteringsstelsel reeds doorkruisten, zijn op zo'n momenten snel vergeten.

Maar alles welbeschouwd valt hier niet te klagen en we zouden onszelf scheef bekijken, mochten we dat toch doen. Sinds het bezoek van onze familie - al meer dan een maand geleden maar we moeten er nog van bekomen - zijn weer enkele wereldwonderen ons netvlies ingebrand. Het meest recente was de Duivelskeel (garganta del diablo), een waterval hors catégorie, die ons bezoek aan Iguazu bulderend heeft ingezet. Decor voor verschillende films en UNESCO-beschermd gebied, heeft dit watervalcomplex ons de zwaartekracht in al haar glorie weten demonstreren. Was Newton hier geweest, hij had zijn appel rustig opgegeten.

De Argentijnse wereldwonderen schuilen ook in meer aardse geneugten, zoals de ontroerend fijne wijnen - verbouwd in een streek die eeuwenlang woestijn is geweest. Zoals de tango uiteraard - geen kat die hier gelooft dat benen zijn gemaakt om mee te stappen. En zoals het voetbal, naar men zegt - maar dat kunnen wij niet snappen.

Het grootste deel van onze tijd hebben we in Buenos Aires doorgebracht, terecht het 'Parijs van Zuid-Amerika' gedoopt. We hadden een prima hostel in de kleurige wijk San Telmo, waar we kerst en nieuwjaar tussen andere ontheemden vierden. Geregeld trokken we er een weekje 'tussenuit', om het stadsleven te ruilen voor de gezonde boerenbuiten.

Mendoza bijvoorbeeld, was zo'n mensverheffend toevluchtsoord. De zon, onze favoriete levensbron, heeft daar nochtans flink haar best gedaan ons tegen zich te keren. Een maat voor niets, zo bleek toen wij bij 45 graden de gortdroge cañon De Atuel kwamen uitgefietst, uitgedorst maar mooi gebruind. De mensen bekeken ons als waren we John Massis zaliger, die met zijn tanden een trein voorttrekt. 'Knap gedaan, maar waarvoor was dat in godsnaam nodig?'

Toegegeven, dat zal zowat het enige zijn waarmee we ons lichaam hebben uitgedaagd, de wijn tenagelaten. Een fikse wandeling zo nu en dan en dobberen in het zwembad was gezien de ziedende hitte (het is de warmste zomer ooit in Buenos Aires) het maximum aan inspanning dat we onze vege lijven durfden aandoen.

Maar van té lang niksdoen krijgen we een vette lever en dito achterwerk. Gedaan dus met de leegloperij! Noodzakelijkerwijze betekent dit ook het einde van ons bezoek aan Argentinië. Morgen beginnen we aan een serie héél lange busritten die ons opnieuw duizenden kilometers ver moet brengen. Duurzame landbouw, cultuurschokken, ingewanden eten... het komt weer allemaal terug. En hopelijk, want daar schamen we ons ook wat voor, terug iets sneller bloggen.