Beste lezers. Excuses voor de lange radiostilte, maar dit was niet zonder reden. Na een vermoeiende periode van discussie en onderhandelingen, geeft de auteur van deze blog voor één keer zijn pen uit handen, zij het niet zonder een streng toekijkend oog op de correcte weergave van de feiten.
Een teletijdmachine was wellicht sneller geweest, maar het was een 65 uur durende busrit die twee ietwat gehavende daklozen terugbracht naar de jaren 1580. Ten huize Guachalá, in het noorden van Ecuador, kregen we een warme canelazo aangeboden met versgebakken empanadas en besloten daar een tijdje te blijven werken – ook al piepten de deuren en kraakten de muren er zo luid, alsof de inwoners van vijf eeuwen geleden ons iets probeerden vertellen.
Maar wat eerst leek op een prinsenbestaan, bleek al snel een verblijf van hard labeur te worden. De Meester moest zich voor een keer tevreden stellen als dienstjongen en hakte het hout, joeg de paarden op en kortte de bananenbomen met de machete tot de zweetdruppels over zijn voorhoofd stroomden. Zoals het naar laat-Middeleeuwse maatstaven behoort, ruilde ikzelf mijn nieuwste jeans in voor een schort met vlekken op grootmoeders wijze. (Toch moet gezegd worden dat vrouwen zelfs in tijden van vijflagige hoepelrokken en strakke corsetten best geëmacipeerd kunnen zijn, wanneer ze ’s avonds de mannelijke wederhelften uitdagen aan de biljarttafel.)
Na tien dagen had de knecht zich omgedoopt tot een ware Assepoester, die beter het roet uit de haard kuiste dan wie ook en bakte de keukenhulp de lekkerste broodjes ter wereld. Al gauw kwam dit ter ore van de familie Plaza Lasso die ons uitermate dringend verzocht onze talenten aan te bieden aan het Hof. Zo komt het dat nu twee sans-papiers (lang verhaal...) verzeild zijn op presidentiële bodem en werken voor de stichting Galo Plaza Lasso. Eén van onze taken hier is om de lokale bibliotheek - opgericht door de stichting - dichter bij het dorp te brengen, wat maakt dat we iedere dag gewapend met brood en stokken 'dappere' honden trotseren om allereerst zelf dichter bij de mensen te geraken. De voormiddagen spendeert Bert liever met het maken van een tweede huis voor de condors, die in Ecuador met uitsterven bedreigd zijn - zelfs al zijn deze gigantische beesten een veel langer leven beschoren dan dat van de gemiddelde Ecuadoriaan.
’s Avonds genieten we in onze 17de eeuwse watermolen, die ergens weggemoffeld ligt tussen de Andische bergen, van een douche met dezelfde temperatuur als die van de waterval in onze tuin en een straalkracht die amper een vogelplasje overtreft. Onze woonst wordt beschermd tegen mogelijks verloren gelopen dieven door twee honden die ons na een stevig avondmaal van overschotjes prompt als nieuwe baasjes beschouwen.
Kortom, deze plek doet je in sprookjesland wanen en dat geldt niet in het minst voor onze eigenste Sylvester. We blijven hier dus nog een tijdje, tot aan het bezoek van onze twee bevriende Belgen, waar we ons al erg op verheugen. En wie weet, als we heel hard werken, worden we volgende keer wel uitgenodigd door Hugo Chavez, de Keizer van het nieuwe verenigde Latijns-Amerika.
donderdag 6 maart 2008
Abonneren op:
Posts (Atom)