8 uur 's ochtends, Sololá, Guatemala. We bevinden ons in een overvolle bus richting Quetzaltenango wanneer plots uit het niets een man in kaki opdaagt, machete in de rechterhand, blik op oneindig. Luttele seconden later zien we zijn collega's-militairen systematisch - haast routineus - om zich heen hakken. Niets blijft overeind...
Het verwondert ons dat een land als dit, na 36 jaar burgeroorlog, zijn militairen tegenwoordig betaalt om met de machete het gras aan de straatkant af te doen. Het was ooit anders. Acht jaar geleden werd op deze plek nog een man door de politie in het hoofd geschoten vanwege zijn deelname aan een vreedzame betoging.
Guatemala is virtueel onbesproken in de Westerse media, maar dat maakt haar recente geschiedenis er niet minder gruwelijk om. Ooit in de wurggreep van bananenreus United Fruit (nu Chiquita), is het land nu speelterrein van de narco's, drugstraficanten. De hoofdstad wordt net als in andere Centraal-Amerikaanse landen geteisterd door zogeheten mara's, uiterst gewelddadige jongerenbendes. Maar ook onder de gevestigde elite wordt het moorden niet geschuwd. Een van de gevaarlijkste beroepen hier: professor aan de faculteit agronomie.
Dit 'pijnlijk mooie land', in de woorden van George Lovell, draagt zware littekens van het bloedige conflict tussen heersende klasse en guerilla, een conflict waar de VS (en haar panische angst voor al wat links was) een vuile rol in heeft gespeeld. Elke volwassene die we hier gesproken hebben, kan ons verhalen vertellen waar het nekhaar van overeind komt. We vonden het dan ook onze opdracht om niet enkel van het natuurschoon te genieten - wat we uiteraard ook gedaan hebben - maar ons opnieuw in het alledaagse leven te verdiepen van ons gastland.
Ons plan, om Nobelprijswinnares voor de Vrede Rigoberta Menchú te interviewen, is helaas mislukt. In plaats daarvan bezochten we in Xela, 'stad omsingeld door 10 bergen', een vrouwengevangenis en ervaarden daar hoe juridische inertie een feitelijke marteling kan zijn. Een vrouw uit San Pedro zat al vier jaar en evenveel maanden in de cel voor 'marihuana' - wat dat ook moge betekenen. Over 8 maand zou ze vrijkomen, zonder ooit een proces gehad te hebben. Daarnaast bezochten we in San Rafael, aan de grens met Mexico, een soort special olympics voor gehandicapte kinderen, georganiseerd door Stefanie, een Belgische kinesiste die daar vrijwilligerswerk doet. Het was heel mooi, haast ontroerend, om te zien hoe zij zich inzet voor haar project, met een onuitputtelijke energie en enthousiasme. Van een bezoek aan Afopadi leerden we over de uitdagingen van het leven in arme mayadorpen en hoe lokale organisaties de levenskwaliteit soms met eenvoudige maatregelen sterk kunnen verbeteren.
De werkelijkheid moet je niet alleen zíen, je moet haar ook voelen, ruiken, smaken. Dat werd erg duidelijk bij ons verblijf in finca La Florida, nabij Colomba. La Florida is een gemeenschap van kleine koffieboeren die na twee jaar bezetting eigenaar is geworden van een verlaten koffieplantage en deze nu collectief bewerkt. Werken op het veld in de tropische hitte was, althans voor deze Belgische doetjes, geen sinecure. We kregen elk een gastgezin toegewezen en konden zo uit eerste hand ondervinden hoe zwaar de armoede kan wegen. Toch bleek bij elk gesprek de wil om vooruit te gaan en het geloof in de toekomst.
Onze meest bizarre ervaring was ongetwijfeld een gesprek met een evangelische predikant. Zijn betoog begon met drie redenen waarom de evangelische kerk de énige goeie is en al het andere geloof (waaronder dus ook de eeuwenoude mayatradities) pure hekserij. "Aan rede doen we hier niet" vertelde hij voorts. "De Bijbel is de enige ware wetenschap". Onze vraag wat hun rol was in de samenleving werd twijfelachtig beantwoord. "Euh, als je bedoelt of we in het verleden tot politieke ongehoorzaamheid hebben opgeroepen, dan zeg ik duidelijk nee. Integendeel zelfs." Het is inderdaad geen geheim aan welke kant van het conflict de protestantse kerk zich destijds bevond. Onze gelaatsuitdrukking sprak wellicht boekdelen, de man herpakte zich. Hun rol in de samenleving, zei hij, was onder andere de genezing van allerhande ziekten, van depressie tot aids. Door duiveluitdrijvingen weliswaar. We werden prompt een video voorgeschoteld van dergelijke taferelen - op zich genoeg om zelf ziek van te worden. Mensen die bij wat leek op een epilepsie-aanval werden vastgebonden, olie moesten drinken 'om de duivel uit te braken'... en meneer pastoor maar brullen. Een beetje verontrustend vast te stellen dat dit de grootste kerk van de Amerika's aan het worden is.
Nu geven we onze lezers het idee alsof we enkel serieuze dingen hebben gedaan. Haha! Natuurlijk niet. We konden niet in Guatemala zijn zonder te genieten aan het wereldbekende meer van Atitlan. Een prachtig meer omgeven door vulkanen, heerlijk om in te zwemmen. Santiago de Atitlan, een van de meest authentieke dorpjes in de omgeving, bracht ons een aparte ervaring. We ontmoetten er Maximon, een houten pop die het dorp beschermt tegen saters en heksen. Eens per jaar vecht hij tijdens een groot feest tegen Jesus. (Het is ons nooit duidelijk verteld wie wint.) De rest van de tijd brengt hij door in het huis van een particulier, waar een 'priester' zich ritueel zit te bezatten en dorpelingen met sigaretten en andere 'offers' hun geluk komen afkopen. Véél onschuldiger dan die dekselse evangelisten, als je het ons vraagt!
Verder hebben we ook een tijdje verbleven in Antigua, aka Gringotenango, waar een van ons een parasiet moest uit- euh - zweten. Dat verdraaide beestje heeft ons gelukkig niet gestopt om de wel erg actieve vulkaan Pacaya te beklimmen en daar tot op een paar meter van de dikke, gloeiende lavabrij te komen. Zo'n vulkaan heeft iets mysterisch. Het begint als een gewone berg, hier en daar wat bomen, een mooi vergezicht. Dan wordt alles erg ruw - en vooral vlijmscherp: de gestolde lava snijdt bijna door onze schoenzolen. Stilaan wordt de lucht warmer, alsof iemand een saunadeur heeft opengezet. Gezellig! Tot plots - ¡KRAK! - de bodem onder je voeten wegbreekt en je voet boven een rode gloed hangt te bungelen. Snel voortstappend kom je uiteindelijk tot wat de échte hel van Guatemala lijkt: een grote bende luidruchtige Amerikanen die er alles aan doen om de aandacht naar zích te trekken in plaats van naar het prachtige tafereel van de gulpende, onstopbare lavastroom.
Ja, gringo's... We zijn al zo lang op reis dat we af en toe vergeten zelf ook toerist te zijn. Maar niet voor lang meer. De komende weken gaan we heel plat alle toeristische plekken van Mexico afschuimen, zonder gène, zonder ambitie om het land te doorgronden, de wereld te verbeteren... We mogen, voor we terug in België zijn, toch ook eventjes ontspannen, nietwaar.
zaterdag 31 mei 2008
donderdag 1 mei 2008
Link, linker, links
"Cuba is een mooi land, maar je mag niet met de bevolking spreken!" Met die waarschuwing werden we onthaald in Havana Centro, het verkrotte woongedeelte van wat ooit de parel van de Caraïben werd genoemd. En het klopte ergens wel, onze eerste ontmoeting met een paar lokale jongeren heeft ons letterlijk geld gekost. En iedereen die ons aansprak of waarnaar we even durfden kijken, wilde ons valse Cohiba sigaren verkopen, of koffie, of wilde met ons op de foto voor een dollar. De bediening in restaurants is onvriendelijk, men werkt overal tegen zijn zin of heeft het werken al helemaal opgegeven.
En waarom ook niet? Hoe langer we daar waren, hoe meer begrip we konden opbrengen voor de mentaliteit onder de bevolking. De staat betaalt 12 dollar per maand, voor 9 uur daaglijks hard labeur op het tabaksveld of in de suikerrietplantage, in de blakende zon. Wie wil daarvoor werken? Men krijgt jaarlijks een rantsoenboekje voor rijst, melk, azijn, wc-papier... als was het oorlog. Wie iets anders wil, moet zich vaak tot de zwarte markt richten (als men er het geld voor heeft), verkoopt zijn rantsoenproducten voor een paar pesos. Men heeft geen toekomstbeeld. Wat ben je met wereldwijd het grootste percentage universitair geschoolden als je hen de kansen ontneemt hun dromen na te streven?
Cuba is een mooi land, met veel potentieel. De klimatologische omstandigheden zijn gunstig voor de landbouw, de ligging is erg strategisch, de bevolking hoog geschoold. Decennialang handelsembargo en getreiter van de VS heeft dit land echter kapotgekregen. Naast de evidente economische gevolgen heeft het Amerikaanse beleid een hemeltergende paranoia aangewakkerd bij Fidel Castro waarvan 'zijn' bevolking de gevolgen nu moet dragen. Geen vrije pers (behalve het communistische propagandablad Granma eigenlijk zelfs geen pers tout court), geen vrije meningsuiting. Sinds januari 2008 zijn er 22 politieke arrestaties geweest. Zopas werd een groepje vrouwen opgepakt omdat ze het aandurfden protest uit te brengen. De Granma van die dag blokletterde triomfalistisch dat dit 'door de VS georganiseerde verraad' gelukkig op tijd gefnuikt was.
Er bestaat geen vrij verenigingsleven, al zeker geen onafhankelijke vakbond. Of toch? Verschillende organisaties en landen (waaronder België) helpen Cubanen direct of indirect om clandestiene organisaties op te zetten. Buitenlandse ambassades dienen soms als doorgeefluik of internetcafé voor journalisten. Het bloggen blijkt een uitlaatklep te zijn voor meer en meer inwoners die de staatscensuur willen ontlopen. Kijk zeker eens naar deze. Men wíl hier wel vooruit, en wie zich veilig voelt (geen buren die meeluisteren?) spreekt in omfloerste taal de hoop uit dat het met Raúl Castro of zijn opvolger beter zal zijn dan onder Fidel.
We trokken van Havana naar Trinidad, een mooi en kleurrijk stadje waar de tijd door de ziedende hitte wat trager is gaan lopen. Eerst even de voeten natgemaakt in de Varkensbaai. Kreeftje gegeten in Cienfuegos... Een fiets huren in Trinidad bleek onmogelijk: alle huurfietsen waren kapot! Eigendom van de staat, dus niemand die moeite doet om ze te repareren. Vervolgens op een bus gezeten (tourists only) naar Santiago de Cuba waar de son is ontstaan, voorloper van zwoele ritmes als salsa, mambo en cha-cha-cha. "Er is geen enkel goed restaurant in Santiago" weet de eigenaar van onze casa particular, waar we de nacht doorbrengen. Er is geen concurrentie, dus niemand doet moeite om de middenmoot te overstijgen. De man had gelijk, konden we ondervinden. Dan opnieuw de bus op, richting Viñales.
Ha, dát bedoelen ze met 'prachtige natuur'! Viñales is een paradijs, dat ons met enige heimwee doet terugdenken aan het gebergte van Zuleta (maar dan 20 graden warmer). Een wandeling langs de tabaksvelden, blote voeten in de rode aarde, doet wonderen voor je gemoed. Geen wereldprobleem dat ons nog bezighield. Fidel wie?
Terug in Havana besluipt ons opnieuw de druk van vadertje Staat. We komen een koppel tegen, toeristen weliswaar, dat nog voor de VN had gewerkt en nu ex-gedetineerden bezocht, destijds voor 20 tot 25 jaar vastgezet wegens een te grote mond. Een volledig jaar in isolatie is hier kennelijk geen uitzondering, en genoeg om zelfs de sterkste geest te breken. Nu leven ze als paria's in krotten, zonder het recht een baan te mogen uitoefenen, zonder het land te mogen ontvluchten. Pesterijen allerhande. Een pijnlijk contrast met zij die door de Partij gesteund worden: breedbeeld-tv, gsm, een pracht van een huis... Waarop was het communisme alweer gebaseerd?
En waarom ook niet? Hoe langer we daar waren, hoe meer begrip we konden opbrengen voor de mentaliteit onder de bevolking. De staat betaalt 12 dollar per maand, voor 9 uur daaglijks hard labeur op het tabaksveld of in de suikerrietplantage, in de blakende zon. Wie wil daarvoor werken? Men krijgt jaarlijks een rantsoenboekje voor rijst, melk, azijn, wc-papier... als was het oorlog. Wie iets anders wil, moet zich vaak tot de zwarte markt richten (als men er het geld voor heeft), verkoopt zijn rantsoenproducten voor een paar pesos. Men heeft geen toekomstbeeld. Wat ben je met wereldwijd het grootste percentage universitair geschoolden als je hen de kansen ontneemt hun dromen na te streven?
Cuba is een mooi land, met veel potentieel. De klimatologische omstandigheden zijn gunstig voor de landbouw, de ligging is erg strategisch, de bevolking hoog geschoold. Decennialang handelsembargo en getreiter van de VS heeft dit land echter kapotgekregen. Naast de evidente economische gevolgen heeft het Amerikaanse beleid een hemeltergende paranoia aangewakkerd bij Fidel Castro waarvan 'zijn' bevolking de gevolgen nu moet dragen. Geen vrije pers (behalve het communistische propagandablad Granma eigenlijk zelfs geen pers tout court), geen vrije meningsuiting. Sinds januari 2008 zijn er 22 politieke arrestaties geweest. Zopas werd een groepje vrouwen opgepakt omdat ze het aandurfden protest uit te brengen. De Granma van die dag blokletterde triomfalistisch dat dit 'door de VS georganiseerde verraad' gelukkig op tijd gefnuikt was.
Er bestaat geen vrij verenigingsleven, al zeker geen onafhankelijke vakbond. Of toch? Verschillende organisaties en landen (waaronder België) helpen Cubanen direct of indirect om clandestiene organisaties op te zetten. Buitenlandse ambassades dienen soms als doorgeefluik of internetcafé voor journalisten. Het bloggen blijkt een uitlaatklep te zijn voor meer en meer inwoners die de staatscensuur willen ontlopen. Kijk zeker eens naar deze. Men wíl hier wel vooruit, en wie zich veilig voelt (geen buren die meeluisteren?) spreekt in omfloerste taal de hoop uit dat het met Raúl Castro of zijn opvolger beter zal zijn dan onder Fidel.
We trokken van Havana naar Trinidad, een mooi en kleurrijk stadje waar de tijd door de ziedende hitte wat trager is gaan lopen. Eerst even de voeten natgemaakt in de Varkensbaai. Kreeftje gegeten in Cienfuegos... Een fiets huren in Trinidad bleek onmogelijk: alle huurfietsen waren kapot! Eigendom van de staat, dus niemand die moeite doet om ze te repareren. Vervolgens op een bus gezeten (tourists only) naar Santiago de Cuba waar de son is ontstaan, voorloper van zwoele ritmes als salsa, mambo en cha-cha-cha. "Er is geen enkel goed restaurant in Santiago" weet de eigenaar van onze casa particular, waar we de nacht doorbrengen. Er is geen concurrentie, dus niemand doet moeite om de middenmoot te overstijgen. De man had gelijk, konden we ondervinden. Dan opnieuw de bus op, richting Viñales.
Ha, dát bedoelen ze met 'prachtige natuur'! Viñales is een paradijs, dat ons met enige heimwee doet terugdenken aan het gebergte van Zuleta (maar dan 20 graden warmer). Een wandeling langs de tabaksvelden, blote voeten in de rode aarde, doet wonderen voor je gemoed. Geen wereldprobleem dat ons nog bezighield. Fidel wie?
Terug in Havana besluipt ons opnieuw de druk van vadertje Staat. We komen een koppel tegen, toeristen weliswaar, dat nog voor de VN had gewerkt en nu ex-gedetineerden bezocht, destijds voor 20 tot 25 jaar vastgezet wegens een te grote mond. Een volledig jaar in isolatie is hier kennelijk geen uitzondering, en genoeg om zelfs de sterkste geest te breken. Nu leven ze als paria's in krotten, zonder het recht een baan te mogen uitoefenen, zonder het land te mogen ontvluchten. Pesterijen allerhande. Een pijnlijk contrast met zij die door de Partij gesteund worden: breedbeeld-tv, gsm, een pracht van een huis... Waarop was het communisme alweer gebaseerd?
Abonneren op:
Posts (Atom)