maandag 23 juni 2008

Epiloog

Op een ochtend worden we wakker, wrijven het Mexicaanse zand uit onze ogen - teken van een deugddoende nachtrust - en vragen ons slaapdronken af waar we nu weer beland zijn. Wie veel reist, herkent het gevoel. De geur van verse koffie verrast ons, als een jeugdvriend die plots aanbelt, als Frank Deboosere mét snor. Beelden van een stilstaand vliegtuig, schreeuwende agenten en wegwerpbestek doorbreken de lichte trance die het koffie-aroma opwekt. En dan, na een korte periode van ontkenning - seconden, maar het lijken uren - het besef: we zijn terug in België!

We recapituleren, wat is er gisteren allemaal gebeurd? We herinneren ons eerst de gluiperige kop van een Amerikaanse douaneagent, die ons met zichtbaar genoegen dwingt om al onze Cubaanse sigaren eigenhandig te vernietigen. Het gevoel van onmacht loopt rillend over ons lijf. Het volgende beeld: Toon die ons staat op te wachten aan de luchthaven en naar het huis De Meester loodst. Het gezicht van mama Myriam is goud waard. Dan met Caroline naar huize Smits: het hart van mama Thérèse hapt naar adem. Ons plan is duidelijk geslaagd, niemand had in de mot dat we die dag zouden terugkomen. Dan nog - vaag - een beeld van champagne, wijn, lege duvelflesjes...

We hadden ons in onze vorige blog voorgenomen lui te zijn, de toerist uit te hangen. We stellen vast dat we ons aan ons woord gehouden hebben. Surfoord Playa Escondido, pre-mayasite Monte Alban en land-in-een-land Mexico D.F., veel meer hebben we niet gezien. Normale mensen doen daar 5 dagen over, wij bijna 3 weken. En nóg het gevoel dat we ons gehaast hebben! Zijn we wel voorbereid op België?

Dat laatste valt goed mee. We denken er wel over t-shirts te maken met het antwoord op de meest gestelde vragen: Welk land vond je nu het allermooiste? (Bolivia) Waar zou je het liefste gebleven zijn? (Zuleta, in Ecuador) Heb je geen spijt terug in België te zijn? (voorlopig niet, maar 't is toch wennen)...

Ooit schreven we dat toerisme de beste ontwikkelingshulp is, gevolgd door de bedenking wat Latijns-Amerika met onze ontwikkeling van plan zou zijn. Bij nader inzien was dat een foute vraag, dit continent was helemaal niks van plan. Het was zichzelf, de hele tijd: soms ruig en stinkend, dan weer een paradijs op aarde. Soms een werk van Buysse, een paar keer Kafka, veel vaker Riviera: een levensgroot schilderij waar je niet op uitgekeken raakt. Het continent hééft ons veranderd, dat kan bijna niet anders. Maar hoe? Een paar oogkleppen die onderweg zijn afgevallen, misschien. Enkele gewoontes afgeleerd en er evenveel aangekweekt... En herinneringen bijgekregen, veel mooie herinneringen...

"Hoy es hoy, y ayer se fue" zei Pablo Neruda ooit. Geloven we niks van.